Aanmelden
 Gratis registreren
Zoeken
290 Fans

Uitspraak hof Arnhem in zaak tegen verdachte hulp bij zelfdoding

Gepubliceerd op zaterdag 25 februari 2012 om 11:55

Organisatie: Gerechtshof Arnhem

 

Onlangs heeft de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem een 75-jarige man, G.A.P.S., veroordeeld wegens hulp bij zelfdoding en overtreding van de Opiumwet. De overtreding van de Opiumwet betrof het middel waarmee de zelfdoding werd uitgevoerd.

De zelfdoding vond plaats op 24 november 2007 in een verpleeghuis in Almelo. De overledene was toen 80 jaar. Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Bij de rechtbank
In eerste aanleg heeft de officier van justitie gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De rechtbank in Almelo heeft verdachte bij vonnis van 29 mei 2009 (BI5890) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk. Tegen dit vonnis heeft de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hoger beroep
De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Namens verdachte is in hoger beroep aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat de verdachte wel is vervolgd, maar de bij de zelfdoding betrokken kinderen van de overledene niet. Evenals de rechtbank verwerpt het hof dat verweer.

Verdachte heeft zich erop beroepen dat hij handelde in een noodtoestand en dat hij daarom niet gestraft zou mogen worden. Er zou sprake zijn van een conflict van plichten, te weten de plicht om de wet te na te leven, die hulp bij zelfdoding door verdachte als niet-arts verbiedt, tegenover de morele plicht om de overledene te helpen om menswaardig te sterven.

Het hof is het daar niet mee eens. Het enkele feit dat een arts weigert zijn medewerking te verlenen aan hulp bij zelfdoding, zoals in deze zaak aan de orde was, levert op zich geen noodtoestand op voor een niet-arts, zoals verdachte, hoe schrijnend ook de situatie is van degene, die zelfdoding wenst en daar hulp bij nodig heeft. Bovendien is niet aannemelijk dat er geen legale alternatieven bestonden om de overledene behulpzaam te zijn bij de vervulling van haar doodswens.

Alternatieven
Bij de bepaling van de straf stelt het hof voorop dat er geen twijfel bestaat aan de doodswens van de overledene. Verdachte heeft naar zijn overtuiging met de beste bedoelingen gehandeld. Daartegenover staat dat verdachte eventuele alternatieven onvoldoende heeft onderzocht en willens en wetens de wet heeft overtreden.

Als toenmalig voorzitter van de Stichting Vrijwillig Leven zal hij de bij de totstandkoming door de wetgever gemaakte afwegingen goed hebben gekend. Verdachte heeft bovendien bewust en actief geprobeerd controle op de feitelijke gang van zaken te bemoeilijken.

Dat verdachte, anders dan bij de rechtbank, geen deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft opgelegd gekregen wordt verklaard door de sinds die veroordeling gewijzigde (medische) persoonlijke omstandigheden van verdachte. De straf beoogt vooral ook anderen in de toekomst ervan te weerhouden hetzelfde te doen als verdachte gedaan heeft.





Gerelateerde wetten:

 Published by  Developed by  Powered by
Rechtenmedia Rechtenmedia
Blue Horizon Blue Horizon
Up2Serve
© 2004 - 2014 Rechtennieuws.nl Alle rechten voorbehouden.