Aanmelden
 Gratis registreren
Zoeken
315 Fans

Kennelijk onredelijk ontslag en berekening van de schadevergoeding

Gepubliceerd op vrijdag 1 maart 2013 om 10:20

Organisatie: Rechtbank Midden-Nederland

 

In de zaak die op 30 januari 2013 voor de kantonrechter Amersfoort speelde, liet de kantonrechter zich uit over de vraag of in deze zaak sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Nadat de kantonrechter deze vraag bevestigend heeft beantwoord, wordt de schadevergoeding van werkneemster door de kantonrechter begroot aan de hand van de website www.hoelangwerkloos.nl.

Feiten
Werkneemster is sinds 1 oktober 1997 bij werkgever in dienst in de functie van administratief medewerker. Na het verkrijgen van toestemming van het UWV Werkbedrijf heeft werkgever de arbeidsovereenkomst met werkneemster wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd. Omdat er volgens werkgever geen financiële middelen zijn voor een vergoeding, heeft werkgever coulancehalve aan werkneemster een maand loon betaald. Daarnaast is werkneemster 2 maanden vrijgesteld van werk zodat werkneemster de mogelijkheid had om te solliciteren naar ander werk. Voorts heeft werkgever aan werkneemster aangeboden om van haar netwerk gebruik te maken voor het vinden van ander werk. Werkneemster heeft van dit laatste aanbod geen gebruik gemaakt.

Standpunt werkneemster
Werkneemster stelt zich op het standpunt dat sprake is van kennelijk onredelijk ontslag omdat het ontslag zou zijn gebaseerd op een voorgewende of valse reden. Werkneemster stelt dat het afspiegelingsbeginsel niet juist zou zijn toegepast. Volgens werkneemster zou haar functie (administratief medewerker) moeten worden afgespiegeld met de functie secretaresse en receptioniste. Een tweede reden is dat de gevolgen van de beëindiging voor werkneemster – gelet op de voor haar getroffen voorzieningen en gelet op de voor haar bestaande mogelijkheden om ander passend werk te vinden – ernstiger zijn dan het belang van werkgever voor opzegging (het zogenaamde ‘gevolgencriterium’). Volgens werkneemster heeft zij vele sollicitaties verricht zonder dat dit tot resultaat heeft geleid. Werkneemster vordert een schadevergoeding van EUR 22.009,22.

Standpunt werkgever
Werkgever betwist dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Werkgever stelt zich op het standpunt dat zij het afspiegelingsbeginsel juist heeft toegepast. Er is volgens haar geen sprake van een voorgewende of valse reden. Ook betwist werkgever dat het gevolgencriterium met zich mee brengt dat sprake zou zijn van een kennelijk onredelijk ontslag. Werkgever benadrukt dat werkneemster niet is ingegaan op het aanbod om gebruik te maken van het netwerk van werkgever en dat werkneemster gedurende 2 maanden is vrijgesteld van arbeid voor het verrichten van sollicitatie.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een voorgewende of valse reden voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst. Volgens de kantonrechter is het afspiegelingsbeginsel door de werkgever goed toegepast. Ten aanzien van de vraag of de gevolgen van de beëindiging voor werkneemster ernstiger zijn dan voor werkgever, dient volgens de kantonrechter mede in aanmerking te worden genomen de door werkgever voor werkneemster getroffen voorzieningen en de mogelijkheden voor werkneemster om ander passend werk te vinden. De kantonrechter is van oordeel dat, ook al was werkneemster teleurgesteld dat aan haar ontslag werd aangezegd, zij desondanks had moeten ingaan op het aanbod van werkgever om gebruik te maken van het netwerk van werkgever voor het vinden van ander passend werk. De kantonrechter oordeelt dat indien werkneemster dit wel had gedaan dat dit evenwel nog niet wil zeggen dat werkneemster eerder een andere baan zou hebben gevonden. De kantonrechter stelt vast dat het werkneemster veel moeite kost om aan het werk te komen. Dit concludeert de kantonrechter aan de hand van de vele voorbeelden die werkneemster heeft overgelegd van sollicitaties die niet tot resultaat hebben geleid. De kantonrechter concludeert dat de getroffen voorzieningen voor werkneemster – mede gelet op de lengte van het dienstverband en de leeftijd van werkneemster – te mager zijn en dat er een onevenredig nadeel is geleden door werkneemster ten opzichte van de belangen van werkgever. De kantonrechter begroot de schadevergoeding aan de hand van de door Hugo Sinzheimer Instituut (HIS) in gebruik gegeven website (www.hoelangwerkloos.nl). Volgens deze website zou werkneemster naar verwachting 386 dagen werkloos blijven en is er een kans van 52% op uitstroom naar de arbeidsmarkt. Aan de hand hiervan acht de kantonrechter een schadevergoeding van 13 maanden aanvulling op het laatst verdiende loon (op de WW-uitkering) geïndiceerd. Nu werkgever aan werkneemster al een maand salaris had aangeboden, wordt deze maand van de schadevergoeding afgetrokken. De schadevergoeding van EUR 5.810,-- komt overeen met 3 maanden loon en vakantiebijslag van werkneemster.

mr. Marijke Oosterom, Van Diepen Van der Kroef Advocaten





Gerelateerde uitspraken:

 Published by  Developed by  Powered by
Rechtenmedia Rechtenmedia
Blue Horizon Blue Horizon
Up2Serve
© 2004 - 2014 Rechtennieuws.nl Alle rechten voorbehouden.