Nu toepassing is gegeven aan artikel 6, vierde lid, van de Werkloosheidswet moet de in artikel 2 van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder neergelegde opsomming gezien worden als uitputtend.
In artikel 2, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling is bepaald dat ook de bestuurder van de vennootschap waarvan tenminste tweederde deel van de aandelen wordt gehouden door zijn bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad als directeur-grootaandeelhouder wordt aangemerkt. Dit... lees meer >
Indien tijdens een reorganisatie een boventallige werknemer ziek is, was het tot voor kort in feite niet mogelijk om met deze werknemer een vaststellingsovereenkomst te sluiten. Met een vaststellingsovereenkomst kwam de zieke werknemer veelal in de problemen bij het UWV. Het instemmen met een vaststellingsovereenkomst zag het UWV namelijk als een benadelingshandeling met een tijdelijke of blijvende weigering van de uitkering tot gevolg. Op basis van een zeer recente uitspraak van de Centrale Raa... lees meer >
Uit de tekst van artikel 6, aanhef en onder c, van de WWB - in het bijzonder de woorden ‘nog niet mogelijk’ - in verbinding met artikel 6, aanhef en onder b, van de WWB vloeit voort dat voor de verplichting om op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB gebruik te maken van een voorziening gericht op sociale activering voor een aantal uur per week, is vereist dat de mogelijkheid bestaat dat de belanghebbende op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik... lees meer >
Er is keuzevrijheid voor degene die is aangewezen op een individuele voorziening. Het college moet een persoon die aanspraak heeft op een dergelijke voorziening de keuze bieden tussen het ontvangen van een voorziening in natura of het ontvangen van een hiermee vergelijkbaar pgb, tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan.
De bezwaren moeten zodanig ernstig zijn, dat het voortbestaan van het in geding zijnde systeem van individuele voorzieningen gevaar loopt. De vrees van het college voor ... lees meer >
De Centrale Raad van Beroep heeft recentelijk een voor de praktijk belangrijke uitspraak gedaan in een zaak waar de vraag centraal stond of sprake was van een benadelingshandeling (CRvB 4 april 2012, LJN: BW1977).
Het UWV en later de rechtbank hadden geoordeeld dat sprake was van een benadelingshandeling van de betreffende werknemer als bedoeld in artikel 45 lid 2 aanhef en onder j van de Ziektewet. De werknemer had namelijk ingestemd met een beëindiging van zijn dienstverband tijdens z... lees meer >
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat appellante geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 31 augustus 2010. Appellante heeft immers bij de brief van 4 oktober 2010, waarin zij bezwaar maakt tegen het besluit van 23 september 2010, een op 2 september 2010 gedateerde brief gevoegd waarin zij bezwaar maakt tegen het besluit van 31 augustus 2010.
Gelet op de nauwe verwevenheid tussen de besluiten van 31 augustus 2008 en 23 september 2010 had het college moeten begrijpen dat appe... lees meer >
In geding is de vraag of Bijlage VI, R, punt 1, onder f zo ruim kan worden uitgelegd dat ook het ABP-nabestaandenpensioen gelijkgesteld moet worden met een pensioen op grond van een wettelijke regeling zodat dit pensioen onder de materiële werkingssfeer van artikel 28 van de Verordening valt. In Bijlage VI, R, punt 1, onder f is een limitatieve opsomming gegeven van bovenwettelijke pensioenen of uitkeringen die geen wettelijke regeling zijn maar hiermee wel gelijkgesteld worden.
Zoals in... lees meer >
Op appellante is artikel 1 van Vo 1612/68 niet van toepassing omdat voor haar als Bulgaars onderdaan een tewerkstellingsvergunning is vereist.
Gezien de doelstelling van de eis van een tewerkstellingsvergunning voor Bulgaarse onderdanen, te weten (tijdelijke) bescherming en regulering van de arbeidsmarkt en het in de Memorie van Toelichting bij de Wet SUWI geformuleerde doel van registratie als werkzoekende, namelijk dienstverlening op maat waarvan actieve arbeidsbemiddeling een belangrijk o... lees meer >
Eenmalige verlaging van de bijstand met € 200,-- op de grond van niet voldoende meewerken aan de inschakeling in de arbeidsmarkt via de weg van een passend te achten re-integtratievoorziening. Uit de stukken kan worden afgeleid dat de weigering van appellant om zijn lange baard in te korten een door veiligheidsmotieven ingegeven beletsel heeft gevormd om hem bij wijze van re-integratievoorziening de functie van beveiligingsbeambte te laten vervullen.
Dat van appellant vanwege zwaarwegende re... lees meer >
Op grond van de Algemeene machtiging tot werktijdverkorting bij onwerkbaar weer of ongunstigen waterstand (besluit van 6 december 1945, Stcrt. 1945, 129) heeft de werkgever geen ontheffing hoeven vragen toen hij betrokkenen, geheel of grotendeels werkzaam in de binnendienst, in een vorstperiode bij toerbeurt naar huis heeft gestuurd wegens terugloop van werk.
In de Algemeene machtiging is geen onderscheid gemaakt tussen een stopzetting van de werkzaamheden als direct of indirect gevolg van vo... lees meer >