Gisteren heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan op 2 voorlopige voorzieningen van bewoners en bedrijven rond het nieuwe asielzoekerscentrum (azc) aan de Goudwerf in Beuningen. De voorzieningenrechter heeft beide verzoeken afgewezen. Dat betekent dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) het azc mag gaan realiseren.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Achtergrond
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente heeft op 19 juli 2016 aan het COA een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verleend voor de plaatsing van 66 chalets voor de huisvesting van maximaal 300 asielzoekers, met bijbehorende voorzieningen. De chalets mogen er niet langer dan 10 jaar staan.
Tegen deze omgevingsvergunning hebben verzoekers bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter daarnaast verzocht om te bepalen dat de realisatie van het azc pas mag starten wanneer de bezwaarprocedure is afgerond.
Verzoekers hebben een groot aantal gronden tegen de omgevingsvergunning aangevoerd. Onder meer vrezen zij voor de verkeersveiligheid op de nabijgelegen Koningstraat en de invloed van het azc op het bedrijventerrein de Schoenaker en een veehouderij. Ook leeft bij verzoekers de vraag waarom het azc er moet komen, gezien de dalende instroom aan asielzoekers. Ten slotte hebben verzoekers meerdere meer juridisch-technische gronden naar voren gebracht.
Uitspraak
Volgens de voorzieningenrechter heeft het college de wettelijke bevoegdheid om in dit geval in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor 10 jaar te verlenen. Verder heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat het college in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Daartoe heeft hij onder meer geoordeeld dat de verkeersveiligheid niet in het geding is en dat geen aanknopingspunten voorhanden zijn dat het azc een negatieve invloed heeft op het bedrijventerrein en de veehouderij. Verder ziet de voorzieningenrechter dat er veel vragen bij verzoekers leven over het azc, onder meer over de noodzaak ervan. Die vragen zijn begrijpelijk, maar kunnen in het kader van deze procedure niet leiden tot toewijzing van de verzoeken. Daarom heeft de voorzieningenrechter de verzoeken afgewezen.


