De Monitoring Commissie heeft een samenvatting van de reacties op de vragenlijst over de rol van aandeelhouders bij beursgenoteerde ondernemingen op haar geheel vernieuwde website www.monitoringcommissie.nl geplaatst. De vragenlijst over onder meer de informatievoorziening aan aandeelhouders en de dialoog met aandeelhouders werd in april 2006 uitgestuurd. De Monitoring Commissie kondigt aan nader onderzoek te laten verrichten en consultaties te houden om zonodig in haar volgende rapport, dat in december 2006 wordt verwacht, met aanbevelingen te komen.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Voorzitter van de Monitoring Commissie Jean Frijns zegt: “Uit de reacties blijkt dat we in een overgangsfase zitten. Enerzijds komt uit de antwoorden naar voren dat de dialoog tussen aandeelhouders en ondernemingen sterker wordt: aandeelhouders stellen zich actiever op en ondernemingen spelen daar ook op in door meer informatie te verstrekken buiten de algemene vergadering om. Anderzijds blijkt dat er veel belemmeringen zijn voor een dialoog: aandeelhouders zijn niet bekend bij de vennootschap, ondernemingen zijn beducht voor voorwetenschap en daardoor terughoudend met informatie. Ook weten zij vaak niet welke motivatie aan het stemgedrag van hun aandeelhouders ten grondslag ligt. Van belang is dat ondernemingen én aandeelhouders nog duidelijke mogelijkheden tot verbetering zien, zowel in de dialoog tussen aandeelhouder en onderneming als in de organisatie en voorbereiding van de algemene vergadering.”
Reacties
De Monitoring Commissie heeft in totaal 38 reacties ontvangen op haar enquête. Hiervan zijn 32 afkomstig van ondernemingen (13 AEX, 7 AMX, 12 overige fondsen) en 6 van beleggers, waaronder reacties van de VEB en van Eumedion. De beleggers vertegenwoordigen een substantieel deel van het in Nederlandse fondsen geïnvesteerd kapitaal.
Uit de reacties blijkt dat de kwaliteit van de dialoog tussen ondernemingen en beleggers varieert. Veel ondernemingen zeggen een dialoog, ook op de algemene vergadering, met goed voorbereide beleggers te waarderen. Er bestaat nog wel een aantal aandachtspunten. Een dialoog met beleggers vereist in de eerste plaats dat beleggers bij de onderneming bekend zijn, in de tweede plaats dat zowel onderneming(bestuur) als beleggers inzicht geven in elkaars motieven, vóór dan wel op de algemene vergadering. Hieraan lijkt het bij sommigen nog te schorten. Ook het verloop van de algemene vergadering zelf lijkt niet door iedereen als bevredigend te worden ervaren. Electronische communicatiemiddelen worden toegejuicht als zij de participatie van aandeelhouders daadwerkelijk kunnen verhogen.
Uit de reacties blijkt voorts dat het buitenlands aandelenbezit aanzienlijk is, ook in de small caps. Ongeveer 80% tot 90% van de aandelen wordt gehouden door institutionele beleggers. De transparantie van institutionele beleggers over hun stembeleid laat volgens veel ondernemingen nog te wensen over. Dit wordt door sommige beleggers erkend. Omdat de meerderheid van de institutionele beleggers uit het buitenland komt heeft de Code hierop een beperkt bereik.
Vervolg
De Monitoring Commissie heeft Rematch BV opdracht gegeven om de behandeling van corporate governance onderwerpen op de algemene vergaderingen gehouden in 2006 te onderzoeken. In het najaar zal de Monitoring Commissie bijeenkomsten organiseren met verschillende betrokkenen. Op basis van de op de wijzen verkregen informatie zal de Commissie beslissen of het nodig is om aanbevelingen op dit terrein te doen in haar volgende rapport.
Aanvullende informatie
De Monitoring Commissie, onder voorzitterschap van prof.dr. J.M.G. Frijns, is in december 2004 met haar werkzaamheden begonnen. Belangrijke taken zijn het bevorderen van de toepassing van de Nederlandse corporate governance code (ook wel code Tabaksblat genoemd) en het bewaken van de naleving ervan door de Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen. In dat kader doet de Monitoring Commissie jaarlijks verslag aan de minister van Financiën, de minister van Justitie en de staatssecretaris van Economische Zaken. In december 2005 heeft de Commissie haar eerste rapport aangeboden aan het kabinet.

