De fiscale wetgeving bevat voor diverse soorten verzuimen of overtredingen uiteenlopende administratieve boeten. Het boetestelsel is echter zodanig ingericht dat een beboetbaar feit niet tweemaal mag worden beboet. Dit blijkt weer eens uit een uitspraak van Hof Arnhem. De inspecteur had twee naheffingsaanslagen omzetbelasting met verzuimboete opgelegd. De eerste naheffingsaanslag en verzuimboete zag op het niet (tijdig) betalen op aangifte van omzetbelasting over het eerste kwartaal 2004. De tweede naheffingsaanslag met boete over het eerste halfjaar 2004 was opgelegd na een controle waarbij was geconstateerd dat te weinig belasting was aangegeven en afgedragen. Het hof stelde vast dat de ondernemer de omzetbelasting over het tweede kwartaal wel tijdig had betaald. Die vaststelling leidde er volgens het hof toe dat de boete in de tweede naheffingsaanslag in feite zag op een verzuim dat reeds in de eerste naheffingsaanslag was beboet. Die tweede boete moest dan ook worden vernietigd, aldus het hof.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De fiscale wetgeving bevat voor diverse soorten verzuimen of overtredingen uiteenlopende administratieve boeten. Het fiscale boetestelsel is zodanig ingericht dat een beboetbaar feit niet tweemaal kan worden beboet. Dit staat ook wel bekend als het “Ne bis in idem”-beginsel. In een uitspraak van Hof Arnhem kwam dit beginsel aan de orde.
De procedure betrof een ondernemer die over het eerste kwartaal van 2004 had verzuimd de verschuldigd geworden omzetbelasting van een in eigen bedrijf vervaardigd goed (een interne levering) tijdig te betalen. Over het tweede kwartaal had de ondernemer de omzetbelasting wel tijdig betaald.
De inspecteur had aan de ondernemer twee naheffingsaanslagen opgelegd, beide verhoogd met een verzuimboete. De eerste naheffingsaanslag met een boete van € 1.134 betrof het eerste kwartaal 2004 en zag op het niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betalen van belasting die op aangifte moest worden voldaan. De tweede naheffingsaanslag met boete van € 4.537 over het eerste halfjaar 2004 was opgelegd na een controle waarbij was geconstateerd dat te weinig belasting was aangegeven en afgedragen.
De inspecteur beriep zich op de bepalingen van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst en stelde dat zowel een boete kan worden opgelegd voor het niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn betalen van de op aangifte verschuldigde belasting alsook voor het (gedeeltelijk) niet betalen van de verschuldigde belasting wegens te weinig afgedragen belasting. De inspecteur stelde dat beide verzuimen zich hadden voorgedaan en dat per verzuim een boete met het maximum van € 4.537 kon worden toegepast.
Het hof stelde uit de feiten vast dat de ondernemer de omzetbelasting over het tweede kwartaal tijdig had betaald. Dat hield in dat de verzuimboete in de tweede naheffingsaanslag (kennelijk) slechts het eerste kwartaal 2004 kon betreffen. Echter, over dit tijdvak had de inspecteur in de eerste naheffingsaanslag al een verzuimboete opgelegd. Naar oordeel van het hof was een tweede verzuimboete voor het zelfde feit is echter niet mogelijk, omdat het door de inspecteur aangehaalde onderscheid uit het BBBB een wettelijke grondslag ontbeert.
Het hof vernietigde daarop de boetebeschikking.

