Op 11 mei 2007 heeft de Hoge Raad zijn eigen arrest uit december 2006 bevestigd dat fouten van een adviseur niet aan een belastingplichtige kunnen worden toegerekend, zolang de inspecteur onvoldoende aannemelijk maakt dat de belastingplichtige zelf een verwijt kan worden gemaakt. Eerder dit jaar werd het arrest van de Hoge Raad uit december 2006 ook al toegepast door Rechtbank Leeuwarden voor een fout die was gemaakt door een werknemer van een belastingplichtige.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Uit het arrest van 11 mei 2007 en de uitspraak van Rechtbank Leeuwarden blijkt dat de mogelijkheden van de belastingdienst om in dergelijke situaties boetes op te leggen aan de belastingplichtige zijn ingeperkt. Daarom moet zeer kritisch worden omgegaan met boetes die de belastingdienst in zulke gevallen oplegt.
Op 1 december 2006 bepaalde de Hoge Raad dat het doen van een onjuiste aangifte door een adviseur niet automatisch betekent dat aan de belastingplichtige zelf een boete kan worden opgelegd. Hiermee brak de Hoge Raad met zijn eigen vaste jurisprudentie dat een belastingplichtige eenvoudig kan worden beboet voor door zijn adviseur gemaakte fouten.
Inmiddels blijkt dat het arrest van 1 december 2006 niet een op zichzelf staande uitspraak is. Op 11 mei 2007 heeft de Hoge Raad bevestigd dat voor het opleggen van een boete aan een belastingplichtige enige mate van schuld bij de belastingplichtige zelf moet worden vastgesteld.
In de zaak van het arrest van 11 mei 2007 werd de aangifte van belanghebbende verzorgd door een adviseur. Bij een boekenonderzoek constateerde de belastingdienst dat ten onrechte geen loonbelasting was ingehouden en afgedragen over een tantième. Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde op 4 augustus 2006 dat het niet inhouden en afdragen van loonbelasting over de betaalde tantième is te wijten aan de opzet van belanghebbende. Het hof overwoog hierbij dat zowel belanghebbende als zijn gemachtigde moeten hebben geweten dat over de tantième loonbelasting diende te worden ingehouden en afgedragen.
In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat de uitspraak van het hof over de toerekening van de schuld van de adviseur aan belanghebbende berust op een onjuiste en inmiddels door de Hoge Raad verlaten rechtsopvatting. De Hoge Raad verwijst hierbij naar de genoemde uitspraak van de Hoge Raad van 1 december 2006. Omdat onduidelijk is of het hof in zijn oordeel heeft aangenomen dat sprake was van opzet bij belanghebbende zelf, wordt de zaak terugverwezen naar het hof.
Zoals vermeld bevestigt dit arrest de sinds 1 december 2006 ingezette lijn. Fouten van een adviseur kunnen niet automatisch aan de belastingplichtige worden toegerekend, zolang de inspecteur onvoldoende aannemelijk maakt dat de belastingplichtige zelf – in veel gevallen de directeur van de vennootschap – persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt. Dit geldt volgens Rechtbank Leeuwarden eveneens voor fouten van eigen werknemers.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 11 mei 2007 en de uitspraak van Rechtbank Leeuwarden blijkt dat de mogelijkheden van de belastingdienst om boetes op te leggen aan belastingplichtigen indien hun adviseur of werknemer fouten heeft gemaakt, zijn ingeperkt. Daarom moet zeer kritisch worden omgegaan met boetes die de belastingdienst in zulke gevallen oplegt.

