De Europese Commissie is terecht trots op wat ze bereikt heeft in de afgelopen decennia. Het Directoraat-generaal Concurrentie van de Europese Commissie (DG Concurrentie) is een zeer belangrijke toezichthouder geworden, misschien wel een van de meeste belangrijke ter wereld. De kartelwaakhond heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de theorie over marktwerking en kartelafspraken. Bovendien levert ze een grote bijdrage aan het afdwingen van de mededingingsregels.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De laatste tijd zijn er echter kritische geluiden te horen over de procedure die wordt gevolgd als er is besloten om te onderzoeken of een marktpartij is betrokken bij het maken van kartelafspraken[1]. Partijen die betrokken zijn in een dergelijke procedure klagen over het gebrek aan mogelijkheden om op een juiste manier hun visie op de zaak naar voren te brengen.
Op dit moment is de procedure als volgt. Vaak wordt een klacht ingediend door een mogelijk benadeelde partij. Een ‘case-team’ wordt gevormd om de zaak te onderzoeken. Na een uitgebreid onderzoek komt het team met een ‘verklaring van bezwaren’, in feite een aanklacht. Vervolgens is er een hoorzitting waarin de ‘aangeklaagde’ partij; het bedrijf waartegen een boete wordt geëist haar bezwaren naar voren kan brengen. Is de Commissie ook na deze hoorzitting overtuigd van haar gelijk dan volgt een uitspraak waarin het bedrijf wordt veroordeeld tot een (flinke) boete[2].
De hoorzitting is dé plek voor bedrijven in het beklaagdenbankje om zich te verweren tegen de eis van de Commissie. Om het juridische gevecht in evenwicht te brengen zouden de overwegingen van de beklaagde partij goed ter harte genomen moeten worden. Maar de praktijk laat zien dat ‘case-teams’ niet openstaan voor argumenten die pleiten tegen het opleggen van een boete. Een kruisverhoor van getuigen vindt niet plaats en een onafhankelijke rechter ontbreekt.
Ian Forrestor, een mededingsadvocaat gevestigd in Brussel, pleit voor een sterkere positie van de ‘hearing officer’ die de hoorzitting begeleidt. Nu is diens taak niet meer dan het in goede banen leiden van de hoorzitting. De hearing officer zou een eigen beoordeling van de feiten en van de juridische argumentatie moeten geven. Vervolgens kan de Commissie ervoor kiezen om deze visie volledig over te nemen, of beargumenteerd terzijde te schuiven[3].
Het DG Concurrentie van de Commissie is niet blind voor de kritiek op de procedure en de manier waarop de hoorzitting verloopt. Ze meent dat ondernemingen meer inzicht moeten hebben in het verloop van de procedure en van hun rechten en plichten. Daarom wordt de antitrustprocedure aangepast naar aanleiding van “best practices”. Het doel is om de procedures transparanter te maken en het onderzoek doelmatiger te laten verlopen[4].
Burgers, ondernemingen en professionals kunnen hun mening geven over deze ‘best practices’ via de website van de Commissie[5].
mr. Joost van Kempen
[1] Unchained watchdog, Businesses think Europe’s trustbusters should be kept on a tighter leash,
The Economist, Feb 18th 2010.
[2] Prosecutor, judge and jury, Enforcement of competition law in Europe is unjust and must change, The Economist, Feb 18th 2010.
[3] idem
[4] Persbericht IP/10/2: Antitrust: improved transparency and predictability of proceedings
[5] http://ec.europa.eu/competition/consultations/2010_best_practices/index.html

