De Belastingdienst behoort gewekte verwachtingen waar te maken. Dit is onder meer het geval als u een bepaalde fiscale kwestie uitdrukkelijk onder de aandacht van de inspecteur hebt gebracht en u ervan mag uitgaan dat de inspecteur de kwestie heeft beoordeeld of had moeten beoordelen.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
In dat geval is in beginsel sprake van een weloverwogen standpuntbepaling van de inspecteur. Een inspecteur is dan op grond van het vertrouwensbeginsel gebonden aan dat standpunt als de situatie onveranderd is gebleven. De reikwijdte van het vertrouwensbeginsel kan erg ver gaan. Het kan zelfs de wettelijke juiste toepassing opzijzetten en ertoe leiden dat u een aftrekpost kunt claimen terwijl dat formeel gezien niet kan. Dit blijkt weer eens uit een uitspraak van Hof Amsterdam over de giftenaftrek.
De Belastingdienst behoort gewekte verwachtingen waar te maken. Dit is onder meer het geval als u een bepaalde fiscale kwestie uitdrukkelijk onder de aandacht van de inspecteur hebt gebracht en u ervan mag uitgaan dat de inspecteur de kwestie heeft beoordeeld of had moeten beoordelen. In dat geval is in beginsel sprake van een weloverwogen standpuntbepaling van de inspecteur. Een inspecteur is dan op grond van het vertrouwensbeginsel gebonden aan dat standpunt als de situatie onveranderd is gebleven. De reikwijdte van het vertrouwensbeginsel kan erg ver gaan. Het kan zelfs de wettelijke juiste toepassing opzijzetten en ertoe leiden dat u een aftrekpost kunt claimen terwijl dat formeel gezien niet kan. Dit blijkt weer eens uit een uitspraak van Hof Amsterdam over de giftenaftrek.
Een man had in augustus 2000 een stichting opgericht waaraan hij in dat jaar en de daaropvolgende jaren giften had gedaan, onder meer door gemaakte kosten niet te declareren. De man claimde in zijn aangifte inkomstenbelasting 2000 voor deze giften de giftenaftrek. Bij deze aangifte had hij daarvoor enige documentatie als bijlagen bijgesloten. Hij verzocht de inspecteur na controle en beoordeling te erkennen dat de stichting zou kwalificeren als een algemeen nut beogende instelling en de giftenaftrek te honoreren. Hij besloot zijn verzoek met de mededeling dat hij graag van de inspecteur wilde vernemen als hij nog een toelichting of aanvulling moest geven. De inspecteur reageerde echter niet.
De man claimde ook in de jaren 2001, 2002 en 2003 een aftrekpost voor giften. De inspecteur stelde de aanslagen inkomstenbelasting over deze jaren conform de aangiften vast. De stichting werd door de inspecteur later (terecht) niet aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling. Daarmee ontviel de basis voor de giftenaftrek. De inspecteur corrigeerde de giftenaftrek voor de jaren 2004 en 2005. De man deed voor zijn recht op giftenaftrek een beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
Het hof stelde voorop dat het enkel volgen van de aangiften gedurende een aantal jaren op zich onvoldoende is om een geslaagd beroep op opgewekt vertrouwen te kunnen doen. Het hof wees op een arrest van de Hoge Raad uit 1989. In dat arrest had de Hoge Raad aangegeven dat de gerechtvaardigdheid van het vertrouwen afhangt van omstandigheden die bij de belastingplichtige de indruk hebben kunnen wekken dat de inspecteur voor dezelfde aangelegenheid gedurende een aantal jaren een gedragslijn heeft gevolgd die berust op een bewuste standpuntbepaling. Als ‘omstandigheden’ – eventueel in onderlinge samenhang te beoordelen – kunnen onder meer worden genoemd het vaststellen van een aanslag conform de aangifte:
– waarin men de voor die aanslag van belang zijnde aangelegenheid uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de orde heeft gesteld,
– na raadpleging van bewijsstukken,
– na gehouden besprekingen of gevoerde correspondentie,
– in overeenstemming met eerder verstrekte, voor de toen op te leggen aanslag van belang zijnde inlichtingen,
– omdat bij een eerder bezwaar in de ongewijzigde aangelegenheid tegemoet was gekomen.
De inspecteur verklaarde voor het hof dat brieven waarin een verzoek zoals in de onderhavige procedure is opgenomen, vaak niet worden beantwoord omdat het de belastingdienst aan tijd ontbreekt om deze te beantwoorden. Het hof was van oordeel dat het verzoek van de man om een beoordeling meer inhield dan een specificatie bij de aangifte en dat hij de kwestie met de stichting en de giftenaftrek uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de orde had gesteld. Dit tezamen met het jarenlang volgen van de belastingaangiften had bij de man in redelijkheid de indruk kunnen wekken dat de door de inspecteur gevolgde gedragslijn berustte op een weloverwogen standpuntbepaling. Daaraan deed niet af dat de inspecteur zich niet uitdrukkelijk had uitgelaten over de aanvaardbaarheid van de giftenaftrek in deze situatie.
Het hof merkte volledigheidshalve nog op dat het opgewekte vertrouwen n iet zo ver gaat dat daarmee ook de hoogte van de in aftrek gebrachte bedragen niet meer mag worden getoetst. Het hof was van oordeel dat de man de giftenaftrek niet voor het volledige bedrag aannemelijk had gemaakt en dat de benodigde onderbouwing met schriftelijke bewijsstukken of op andere wijze ontbrak. Daarom stelde het hof naar redelijke schatting voor 2004 en 2005 zelf een bedrag aan giftenaftrek vast.
Opmerking
Het opgewekte vertrouwen werkt niet oneindig door tot in de toekomst. De inspecteur kan altijd een kwestie aan de orde stellen en daardoor deze opnieuw op zijn fiscale merites inhoudelijk beoordelen. Het is daarbij wel regel dat de belastingplichtige een redelijke overgangstermijn wordt gegund om rekening te kunnen houden met de nieuwe situatie. Het is bijvoorbeeld goed denkbaar dat de inspecteur meedeelt dat hij toekomstige uitgaven niet meer zal accepteren en dat de uitgaven bijvoorbeeld in het daaropvolgende belastingjaar niet meer in aftrek kunnen komen.

