Op 3 juni 2010 heeft de 23ste Nationale Distributiedag weer plaatsgevonden, met als thema “Connecting Eastern Europe”. De blik was die dag vanuit het oosten van Nederland worden gericht op Oost-Europa. Maar niet alleen vanuit NDL en het bedrijfsleven is er een groeiende interesse voor deze regio. Ook Nederlandse rechters kijken geregeld die kant uit, al ligt hun focus nog vooral op Duitsland. Ik wil graag een voorbeeld aanhalen, waarin Nederlandse rechters hun collegae bij onze oosterburen volgen. Een voorbeeld dat voor de internationale handelspraktijk van groot belang is.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Algemene voorwaarden in de (nationale) praktijk
In zowel de nationale als de internationale handel wordt veelvuldig gebruik gemaakt van algemene voorwaarden, terwijl in de praktijk blijkt dat vaak niet helemaal duidelijk is hoe deze dienen te worden gehanteerd. Algemene voorwaarden zijn dan ook veelvuldig onderwerp van juridische procedures.
In ons Nederlandse Burgerlijk Wetboek is een afdeling gewijd aan algemene voorwaarden. De daarin neergelegde regeling brengt met zich dat algemene voorwaarden relatief eenvoudig van toepassing zijn. Een wederpartij (commercieel liever “klant” genoemd) kan zich niet op het standpunt stellen dat een of meer bedingen uit die voorwaarden niet van toepassing zijn, louter omdat hij de inhoud daarvan niet kende.
Tegenover deze snelle gebondenheid staat wel dat een wederpartij de algemene voorwaarden kan “vernietigen”, wanneer hem niet een redelijke mogelijkheid is geboden om van die voorwaarden kennis te nemen. In de praktijk komt het er daarom veelal op neer dat de gebruiker van algemene voorwaarden deze voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan zijn klant ter hand moet stellen. Doet de gebruiker dat niet, en roept de wederpartij de vernietiging van de voorwaarden in, dan kan de gebruiker dus alsnog geen beroep doen op zijn voorwaarden.
Deze regeling geldt niet voor, kort gezegd, grote wederpartijen en voor internationale overeenkomsten. Met andere woorden, bij het zaken doen met buitenlandse klanten hoeft u uw algemene voorwaarden niet ter hand te stellen. Althans, niet volgens deze regeling.
Internationale koopovereenkomsten: Weens Koopverdrag
Op internationale koopovereenkomsten is regelmatig het Weens Koopverdrag van toepassing. Dat verdrag bevat echter geen speciale regeling inzake algemene voorwaarden, zoals bijvoorbeeld ons Burgerlijk Wetboek wel kent. Toch is inmiddels algemeen aanvaard dat het Weens Koopverdrag ook van toepassing is op de vraag of algemene voorwaarden van toepassing zijn.
U kunt zich voorstellen dat, nu het verdrag hieromtrent geen uitdrukkelijke regeling geeft, er in de loop der tijd heel wat gediscussieerd en geprocedeerd is over de vraag wanneer algemene voorwaarden onder het Weens Koopverdrag van toepassing zijn. In dit kader is niet alleen van belang hoe Nederlandse rechters op dit punt oordelen, maar er wordt ook gekeken naar buitenlandse jurisprudentie. Aanvankelijk was voor toepasselijkheid voldoende, zoals dat in de handelspraktijk ook gebruikelijk was, om op duidelijke wijze naar de voorwaarden te verwijzen. Niet nodig was dat men de algemene voorwaarden ook ter hand stelde.
Koerswijziging in het oosten
Op 31 oktober 2001 heeft het Duitse Bundesgerichtshof (BGH), de hoogste Duitse rechter voor civiele zaken, een andere koers ingezet.
Het BGH oordeelde dat terhandstelling van algemene voorwaarden een voorwaarde is voor de toepasselijkheid ervan. Deze regel volgt volgens het BGH uit het systeem van het Weens Koopverdrag. Het BGH wijst daarbij op drie redenen:
- de verschillen in de rechtsstelsels van de lidstaten van het Weens Koopverdrag;
- het voorkomen van vertraging;
- het is voor de gebruiker van de algemene voorwaarden een kleine moeite de voorwaarden ter hand te stellen [1].
De blik op het oosten
In recente jurisprudentie van Nederlandse rechters wordt de koers gevolgd die door het BGH is ingezet. Diverse rechtbanken hebben, al dan niet onder uitdrukkelijke verwijzing naar de voormelde uitspraak van het BGH, geoordeeld dat in de internationale handel terhandstelling van algemene voorwaarden een vereiste is voor toepasselijkheid van die voorwaarden. Met andere woorden, wanneer u uw algemene voorwaarden niet aan uw buitenlandse klant ter hand heeft gesteld, zijn deze niet van toepassing en kunt u zich daarop niet beroepen.
Conclusie
Over de vraag of de uitspraak van het BGH juist is, en of de Nederlandse rechters het oordeel van de oosterburen terecht volgen, kan (en zal) nog uitgebreid gediscussieerd worden. Voor de praktijk is het echter belangrijk om te weten dat diverse Nederlandse rechters een beroep op algemene voorwaarden in internationale situaties hebben afgewezen, om reden dat deze niet aan de wederpartij ter hand waren gesteld.
Wees dus gewaarschuwd en zorg dat uw klant, of deze nu in Nederland of het buitenland is gevestigd, tijdig een exemplaar van uw algemene voorwaarden ontvangt. Daarmee kunt u veel problemen voorkomen.
[1] Zie voor een uitgebreide analyse: mr. dr. T.H.M. van Wechem en mr. drs. J.H.M. Spanjaard, Contracteren maart 2010, nr.1, actualia contractspraktijk, “De toepasselijkheid van algemene voorwaarden onder het Weens Koopverdrag: nieuwe trend in de Nederlandse (lagere) rechtspraak?”
mr. Mark van Bodegraven, BANNING Advocaten

