In aanvulling op wettelijke en statutaire bepalingen kunnen aandeelhouders in BV’s of NV’s door middel van bijvoorbeeld aandeelhoudersovereenkomsten nadere – meer persoonsgebonden – afspraken maken over de wijze waarop zij invulling geven aan hun samenwerking in de betreffende vennootschap. Zo kunnen aandeelhouders onderling bijvoorbeeld afspreken dat zij in de gevallen a,b en c verplicht zijn hun aandelen aan te bieden aan de mede-aandeelhouders, die de aandelen tegen prijs x over zullen (of kunnen) nemen. Het gerechtshof Amsterdam laat zich in een recent arrest uit over een bijzondere variant van een dergelijke – in dit geval in een notariële akte – neergelegde (terug)koopoptie [1].
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Feiten
In de zaak die heeft geleid tot het arrest van het gerechtshof Amsterdam speelden grofweg de volgende feiten een rol.
Op 11 april 2003 heeft IEF Holding N.V. (waarvan IEF Nederland B.V. rechtsopvolger is) een pakket aandelen in IEF Groep B.V. verkocht en geleverd aan S, zulks tegen betaling van een prijs van EUR 10.000,-. F en N zijn statutaire directeuren van IEF Holding N.V.
In de notariële akte waarbij voornoemde overdracht plaatsvond is – bij benadering – de volgende regeling opgenomen:
Als onderdeel van de overeenkomst bedingt IEF Holding N.V. bij deze van S, die bij deze uitdrukkelijk aan IEF Holding N.V. verleent; het voor levering vatbare recht om onder dezelfde voorwaarden en bepalingen als in deze akte vervat van S (terug) te kopen en te verwerven voor een koopprijs van EUR 10.000,-: het aandelenpakket.
Dit recht kan worden uitgeoefend door de enkele schriftelijke wilsverklaring van IEF Holding N.V. gericht aan S, indien S op eigen verzoek of uit eigen beweging niet langer werkzaam is of wil zijn voor enige door F of N beheerste vennootschap; door het uitbrengen van een dergelijke wilsverklaring door IEF Holding N.V. komt – zonder dat enige nadere handeling van IEF Holding N.V. en/of S is vereist – een koopovereenkomst tot stand tussen S als verkoper en IEF Holding N.V. als koper. Dit recht vervalt indien het niet binnen 5 jaar na heden is uitgeoefend.
Op 1 oktober 2007 heeft S aan N en F laten weten dat hij zijn werkzaamheden voor de door N en F beheerste vennootschappen wilde beëindigen, waarna S zijn werkzaamheden ook daadwerkelijk heeft beëindigd.
IEF Nederland B.V. (de rechtsopvolger van IEF Group N.V.) heeft op 4 december 2007 laten weten dat zij van haar terugkoopoptie gebruik wilde maken. Mede-aandeelhouder Grossman heft aangegeven hiertegen geen bezwaar te hebben en doet afstand van alle haar (in hoedanigheid van mede-aandeelhouder) toekomende voorkeursrechten. IEF Nederland heeft een notaris geïnstrueerd tot het opstellen van een leveringsakte. Ook heeft IEF Nederland B.V. de koopprijs ad EUR 10.000,- gestort bij de notaris. S weigerde echter de aandelen over te dragen.
Procedure
IEF Nederland B.V. stapt hierop naar de rechter en vordert – kort gezegd – S te veroordelen medewerking te verlenen aan de levering van de aandelen. De rechtbank heeft de vorderingen toegewezen.
S is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan, onder meer stellende dat 1) de in de akte van 11 april 2003 geformuleerde koopoptie geen rechtsgeldige titel voor levering van aandelen kan zijn (onder meer omdat hiermee de statutaire blokkeringsregeling zou worden doorkruist en omdat de prijs voor de aandelen niet door een onafhankelijke deskundige wordt vastgesteld) en 2) de redelijkheid en billijkheid er aan in de weg staan dat IEF Nederland een beroep op de koopoptie toekomt.
Het gerechtshof volgt deze standpunten echter niet. De blokkeringsregeling van IEF Group B.V. wordt niet op onaanvaardbare wijze doorkruist. Mede-aandeelhouder Grossman heeft immers uitdrukkelijk gemeld de aandelen van S niet te willen kopen. Uit het feit dat IEF Nederland B.V. een beroep heeft gedaan op de koopoptie blijkt dat zij de aandelen wél wilde kopen. Op deze grond is aannemelijk dat – ook indien de statutaire blokkeringsregeling stap voor stap was doorlopen – de aandelen door IEF Nederland B.V. zouden worden gekocht.
Ook de stelling dat de prijs voor de aandelen thans niet door een onafhankelijke deskundige wordt vastgesteld leidt er niet toe dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank vernietigt. Immers, S en IEF Groep N.V. waren nu juist (bij notariële akte d.d. 11 april 2003) uitdrukkelijk overeengekomen dat de (terug)koopoptie inroepbaar was tegen dezelfde prijs als waarvoor de aandelen toen door S werden gekocht, EUR 10.000,- dus. Ook het feit dat de statuten van IEF Holding B.V. bepalen dat indien één der partijen dat wenst, de aandelenprijs wordt vastgesteld door één of meer deskundigen, doet hier – om voornoemde reden – niet aan af.
Tot slot staat ook de redelijkheid en billijkheid niet in de weg aan het inroepen van de koopoptie door IEF Nederland B.V. Niet is in geschil dat S binnen 5 jaar na 11 april 2003 zijn werkzaamheden voor de door F en N gehouden vennootschappen heeft beëindigd. In oktober 2007 gold de koopoptie nog en zodoende kon deze rechtsgeldig door IEG Nederland B.V. worden ingeroepen.
Conclusie
Onderhavig arrest van het gerechtshof Amsterdam toont eens te meer aan dat aandeelhouders een relatief grote mate van vrijheid hebben om – in aanvulling op de wet en de statuten – rechtens afdwingbare afspraken te maken ten aanzien van (onder meer) de voorwaarden waaronder zij hun aandelen mogen en/of moeten overdragen. In het licht van de aanstaande flexibilisering van het BV-recht lijkt mij dit een wenselijke ontwikkeling. Het is en blijft echter te allen tijde van belang deze afspraken deugdelijk en zo helder mogelijk te formuleren en vast te leggen, om verschillen van inzicht en eventuele procedures als de onderhavige te voorkomen.
[1] Gerechtshof Amsterdam, 30 juli 2010, LJN: BN1374
mr. Lauran Vissers, BANNING Advocaten

