Niet-inwoners van Nederland die gedurende een gedeelte van een jaar in Nederland werkzaamheden in dienstbetrekking hebben verricht, hebben volgens Nederlandse socialezekerheidsregelgeving geen keuzemogelijkheid tot tijdsevenredige herleiding van het premie-inkomen. Dit leidt ertoe dat van deze werknemers meer socialeverzekeringspremies worden geheven dan wanneer zij gedurende het hele kalenderjaar inwoner van Nederland zouden zijn geweest, zonder dat daarvoor iets wijzigt in het verzekerde pakket.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Hof Den Bosch heeft in twee procedures beslist dat dit in strijd is met het EG-verdrag (nu: EU-verdrag), in het bijzonder met het vrije verkeer van werknemers. Het is in dat geval voor buitenlandse werknemers nadeliger om in de loop van het kalenderjaar een periode niet in Nederland in dienstbetrekking te werken. De procedures hebben betrekking op het jaar 2005. De socialezekerheidwetgeving is naderhand gewijzigd, maar de nieuwe wetgeving bevat een identieke bepaling aan de bepaling die Hof Den Bosch in strijd acht met het EU-verdrag.
In twee uitspraken van Hof Den Bosch komt bij de premieheffing bij wege van aanslag een bepaald onderscheid in fiscale behandeling naar voren tussen inwoners en niet-inwoners van Nederland. Het betreft de situatie waarin gedurende een gedeelte van het kalenderjaar geen premieplicht bestaat, maar wel belastingplicht. In dat geval zal de inspecteur voor de premieheffing het premie-inkomen naar tijdsevenredigheid afleiden van het premie-inkomen dat in aanmerking zou worden genomen als de premieplicht volledig zou samenvallen met de belastingplicht. Voor een in buitenland woonachtige werknemer die gedurende enkele maanden van het kalenderjaar in Nederland heeft gewerkt, is deze (voordeliger) tijdsevenredige herleiding niet van toepassing. In zodanige situatie valt het tijdvak waarover Nederland premie heft samen met het tijdvak waarover Nederland belasting heft.
Twee in het buitenland -België en Duitsland- woonachtige werknemers die in 2005 enige maanden in Nederland hadden gewerkt, liepen tegen dit nadeel aan en maakten bezwaar tegen deze ongelijke behandeling. Rechtbank Breda verklaarde het beroep in de Belgische procedure gegrond maar in de Duitse procedure niet. Beide zaken kwamen voor Hof Den Bosch.
Het hof was in beide zaken van oordeel dat de gewraakte bepaling in socialezekerheidsregelgeving ertoe leidt dat, als een werknemer gedurende een gedeelte van het kalenderjaar in Nederland werkt en een gedeelte in het buitenland, van de in het buitenland woonachtige werknemer meer socialeverzekeringspremies worden geheven dan van de werknemer die gedurende het hele kalenderjaar inwoner van Nederland is geweest, zonder dat daarvoor iets wijzigt in het verzekerde pakket. Dit onderscheid vormt een benadeling voor de in het buitenland woonachtige werknemer welke benadeling in strijd komt met het EG-verdrag (nu: EU-verdrag), in het bijzonder met het vrije verkeer van werknemers. Het hof wees daarbij onder meer op een arrest van het Europese Hof van Justitie uit 1999. De inspecteur haalde nog enkele rechtvaardigheidsgronden aan voor het verschil in behandeling maar die haalden het allemaal niet.
Opmerking
De socialezekerheidwetgeving zoals die luidde in de procedures is naderhand gewijzigd. De weeffout in de wet zit er echter nog steeds. De nieuwe wetgeving bevat een identieke bepaling aan de bepaling die Hof Den Bosch in strijd acht met het EU-verdrag.

