De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat een certificering van aandelen een reeds toegepaste reorganisatievrijstelling in de overdrachtsbelasting niet ongedaan maakt. In de letterlijke tekst van deze faciliteit wordt uitgegaan van het ‘bezit van aandelen’. Juridisch gezien zijn certificaten van aandelen (de certificaathouders zijn meestal niet stemrechtgerechtigd) anders dan aandelen (de aandeelhouders zijn vaak wel stemrechtgerechtigd).
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De Hoge Raad was van oordeel dat van een bezit van aandelen ook sprake is als het economische belang bij de aandelen berust bij de houder van certificaten. Verder merkte de Hoge Raad op dat uit de toelichting bij de invoering van deze faciliteit niet was af te leiden, dat met de eis van (middellijk) aandeelhouderschap ook de eis van volledige zeggenschap in de vennootschap wordt gesteld. Ten slotte merkte de Hoge Raad op dat de tekst voor deze belastingfaciliteit vanaf 1 januari 2008 iets is gewijzigd en dat daarbij de eis van bezit van aandelen is vervangen door de eis van een belang. Uit de daarbij gegeven toelichting blijkt echter niet dat daarmee is beoogd om de doelstelling van de faciliteit te wijzigen.
Bij de heffing van overdrachtsbelasting bestaat onder voorwaarden een vrijstelling voor fusie, splitsing en interne reorganisatie binnen een concern (reorganisatievrijstelling). Daarbij geldt onder meer als voorwaarde dat de verkrijgende concernmaatschappij na de vrijgestelde verkrijging nog ten minste drie jaar deel blijft uitmaken van het concern. De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag dat certificering van aandelen binnen drie jaar na de vrijgestelde verkrijging de toepassing van de reorganisatievrijstelling ongedaan maakt. Juridisch gezien zijn certificaten van aandelen (de certificaathouders zijn meestal niet stemrechtgerechtigd) namelijk anders dan aandelen, omdat aandelen vaak wel stemrechtgerechtigd zijn.
De zaak voor de Hoge Raad betrof het jaar 2002. Een bv had in september 2000 van haar zustervennootschap een perceel grond gekocht met daarop opstallen voor een prijs van ca. € 9 mln (f 19,5 mln). Deze verkrijging bleef vrijgesteld van overdrachtsbelasting wegens interne reorganisatie. In september 2002 leverde de moedervennootschap van de bv al haar aandelen in de bv aan een stichting tegen uitgifte van certificaten van die aandelen. De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de certificering tot gevolg had dat alsnog overdrachtsbelasting was verschuldigd, omdat niet aan de driejaarseis was voldaan. Rechtbank Haarlem en Hof Amsterdam waren het met de inspecteur eens. Het hof was daarbij ervan uitgegaan dat certificaten niet kunnen worden aangemerkt als aandelen. De bv stelde daarop cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad stelde vast dat in de letterlijke tekst van reorganisatievrijstelling wordt uitgegaan van het ‘bezit van aandelen’. De Hoge Raad was van oordeel dat van een bezit van aandelen ook sprake is, als het economische belang bij de aandelen berust bij de houder van certificaten. Verder merkte de Hoge Raad op dat uit de toelichting bij de invoering van de reorganisatievrijstelling niet was af te leiden, dat met de eis van (middellijk) aandeelhouderschap ook de eis van volledige zeggenschap in de vennootschap wordt gesteld.
Ten slotte merkte de Hoge Raad op dat de tekst voor deze belastingfaciliteit vanaf 1 januari 2008 iets is gewijzigd en dat daarbij de eis van bezit van aandelen is vervangen door de eis van een belang. Echter uit de daarbij gegeven toelichting blijkt niet, dat daarmee is beoogd om de doelstelling van de faciliteit te wijzigen. De Hoge Raad kwam tot het oordeel dat het hof van een onjuiste rechtsopvatting was uitgegaan, verklaarde het cassatieberoep gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag.

