Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij   Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Juridica.nl | JBMatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Rechtennieuws.nl

Rechtennieuws.nl

Uw dagelijkse relevante juridische nieuws

Search
  • Nieuws
    • Nieuws
    • Archief
  • Artikelen
  • Opleidingen
  • Juridische vacatures
  • Nieuwsbrief

0

Wanneer is aanmerkelijkbelangwinst belastbaar?

Geplaatst op 3 mrt 2011 om 13:05 door Rechtennieuws.nl

Hof Den Bosch heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vraag in welk jaar de verkoopwinst op een aanmerkelijkbelangpakket belastbaar was.

» Vergelijk internet, digitale tv en bellen «advertorial
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!

In de procedure had een man op 30 december 2000 bij onderhandse akte zijn aanmerkelijkbelangaandelen in een bv verkocht aan een nieuw opgerichte persoonlijke houdstervennootschap waarvan hij alle aandelen hield. Volgens de verkoopakte waren met ingang van 1 januari 2001 alle baten en lasten voor de houdster die ook vanaf die datum de directie over de bv ging voeren. Bij notariële akte van 24 juli 2001 werden de aandelen juridisch geleverd aan de houdster. De inspecteur was van mening dat de aanmerkelijkbelangwinst in 2001 belastbaar was. Nu de man in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2001 niets had vermeld over een aanmerkelijkbelangwinst, legde de inspecteur een navorderingsaanslag op met 50% boete.

Rechtbank Breda was het daarmee eens. Hof Den Bosch was echter een geheel andere mening toegedaan. Volgens vaste rechtspraak is het realisatiemoment van de aanmerkelijkbelangwinst het moment van aangaan van de obligatoire (bindende) overeenkomst beslissend. Dat was al op 30 december 2000. De inspecteur had de vervreemdingswinst in het verkeerde jaar in aanmerking genomen. Het hof vernietigde daarop de navorderingsaanslag en de uitspraak van de rechtbank.

Hof Den Bosch heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vraag in welk jaar de verkoopwinst op een aanmerkelijkbelangpakket belastbaar was. De zaak was verkort weergegeven als volgt.

Een man bezat 30 aandelen in een bv. De overige aandelen (36 stuks) waren in handen van een andere vennootschap. De man bezat daardoor een aanmerkelijk belang in de bv. Op 30 december 2000 verkocht hij bij onderhandse akte zijn aanmerkelijkbelangaandelen aan een nieuw opgerichte houdstervennootschap waarvan hij alle aandelen hield. Volgens de verkoopakte waren met ingang van 1 januari 2001 alle baten en lasten voor de houdster die ook vanaf die datum de directie ging voeren. Bij notariële akte van 24 juli 2001 werden de aandelen juridisch geleverd aan de houdster. In zijn aangifte inkomstenbelasting over 2001 had de man niet aangegeven dat hij een aanmerkelijk belang had.

De inspecteur ontdekte op een later moment dat de man een aanmerkelijkbelangwinst had behaald en was van mening dat deze winst in 2001 belastbaar was. Nu de man in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2001 niets daarover had vermeld, legde de inspecteur een navorderingsaanslag op met 50% boete. De zaak kwam voor Rechtbank Breda.

De rechtbank merkte op dat het tijdstip van vervreemding in de zin van de Wet het tijdstip is waarop de obligatoire (een partijen bindende) overeenkomst tot stand komt. Dat is het moment waarop tussen partijen wilsovereenstemming is bereikt over het te leveren object en de daarvoor te betalen prijs. Als aan het tot stand komen van de overeenkomst een opschortende voorwaarde is verbonden, is het vervreemdingstijdstip het moment waarop die voorwaarde in vervulling gaat. De rechtbank was van oordeel dat sprake was van een verkoopovereenkomst onder opschortende voorwaarde. Volgens de blokkeringsregeling in de statuten van de bv was bij verkoop van de aandelen de toestemming van de medeaandeelhouder nodig. Die toestemming kwam pas in de akte van levering van de aandelen op 24 juli 2001 (schriftelijk) tot uiting.

Vanwege de opschortende voorwaarde wordt de obligatoire overeenkomst pas perfect op het moment dat deze toestemming van de medeaandeelhouder is verleend. In de omstandigheid dat de aandelen met ingang van 1 januari 2001 voor rekening en risico waren van de houdster en onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 2005 was de rechtbank van oordeel dat de overeenkomst tot vervreemding van de aandelen pas in het jaar 2001 tot stand was gekomen. De man had naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de onderhandse koopovereenkomst daadwerkelijk op 30 december 2000 perfect was geworden. Het was namelijk niet gebleken dat de medeaandeelhouder al in het jaar 2000 toestemming had verleend. De man ging in hoger beroep bij Hof Den Bosch.

Het hof was een geheel andere mening toegedaan dan de rechtbank. Op 30 december 2000 bestond tussen de man en de houdster wilsovereenstemming die was gericht op een overgang van de (economische) eigendom van de aandelen in de bv naar de houdster. In overeenstemming daarmee bepaalde de overeenkomst van 30 december 2000 dat alle baten en lasten met ingang van 2001 voor rekening en risico waren van de houdster. De houdster vermeldde de aandelen als haar (economische) eigendom in de openingsbalans 2001.
Het economische belang bij de aandelen berustte naar het oordeel van het Hof daarom al direct ingaande het jaar 2001 -en dus het gehele jaar 2001- bij de houdster. Ondersteuning voor dit oordeel zag het hof in een arrest van de Hoge Raad uit 1999. Op basis van dat arrest kwam het hof tot het oordeel dat in 2000 de vervreemding van het aanmerkelijk belang had plaatsgevonden. Het hof vatte het voorgaande kernachtig samen met de formulering dat voor de bepaling van het realisatiemoment wordt aangesloten bij de overgang van het economische belang.

Het hof merkte nog op dat de man strikt genomen had kunnen volstaan met de vervreemd ing van de economische eigendom en dus juridisch eigenaar had kunnen blijven. Hij had zijn medeaandeelhouder in dat geval niet eens hoeven te melden dat hij de aandelen hield voor rekening en risico van een vennootschap. Ook het standpunt van de inspecteur en de rechtbank over de blokkeringsregeling/aanbiedingsregeling in de statuten van de bv wees het hof van de hand. Een aanbiedingsregeling heeft wat betreft de obligatoire overeenkomst geen derdenwerking.

Op basis van de feiten en omstandigheden vond het hof het bovendien wel aannemelijk dat de medeaandeelhouder wel al in 2000 toestemming had gegeven voor de verkoop. Na de verkoop van de aanmerkelijkbelangaandelen had de man dezelfde holdingstructuur (met een persoonlijke houdstervennootschap) gekregen als de medeaandeelhouder. Deze dubbele holdingstructuur verkleinde de kans op (fiscale) belangentegenstelling bij het vaststellen van beloningen en dividenden tussen te aandeelhouders.

Het hof kwam tot de conclusie dat de inspecteur de vervreemdingswinst in het verkeerde jaar in aanmerking had genomen en vernietigde daarom de navorderingsaanslag en de uitspraak van de rechtbank.

Rubriek: Fiscaal recht

Vorige
Problemen met goederenhandel in Egypte
Volgende
Aangifte inkomstenbelasting volgend jaar verder vooraf ingevuld

Over Rechtennieuws.nl

Rechtennieuws.nl is een informatie portal gericht op juridische professionals en zij die dat graag beogen te worden (advocaat-stagaires, kandidaat-notarissen, RAIO's, rechtenstudenten WO en HBO, enzovoorts).

Op de voorpagina wordt, gerubriceerd in verschillende rechtsgebieden, juridisch nieuws gepubliceerd. Desgewenst kunnen bezoekers naar aanleiding van de berichtgeving inhoudelijk reageren.


Bekijk alle berichten van Rechtennieuws.nl
Bliss Hypotheekadviseurs
Vergelijk internet, digitale tv en bellen
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Juridische vacatures

Colofon

Uitgeverij
Rechtenmedia

Contact Hoofdredactie
info@rechtenmedia.nl

Ontwikkeling en technische realisatie
Blue Horizon
Piscator.nu
  • Nieuws
    • Nieuws
    • Archief
  • Artikelen
  • Opleidingen
  • Juridische vacatures
  • Nieuwsbrief
Copyright © 2026 Rechtenmedia B.V. - Alle rechten voorbehouden.