In de strafzaak tegen de verdachte van de moord in juli 2005 op de toen 22-jarige Anneke van der Stap uit Rijswijk heeft de rechtbank ‘s-Gravenhage vrijdag 10 februari 2012 haar beslissing bekend gemaakt op de onderzoekswensen van de verdediging die de advocaat van de verdachte tijdens de regiezitting op 20 december 2011 heeft toegelicht.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Beslissingskader rechtbank
De door de verdediging geformuleerde onderzoekswensen bestonden uit het horen van getuigen en deskundigen, het aan het dossier toevoegen van stukken dan wel inzage in stukken die zich daarin (nog) niet bevinden en het gelasten van nadere onderzoekshandelingen.
Alle beslissingen daarover moeten worden bezien in het kader van de in de artikelen 348 en 350 Wetboek van Strafvordering vermelde vragen, omdat het onderzoek ter terechtzitting ertoe strekt op die vragen een antwoord te vinden. Dat onderzoek vindt plaats op de grondslag van de tenlastelegging, waarbij het niet gaat om de vraag wie het tenlastegelegde feit heeft begaan, maar om de beantwoording van de vraag of kan worden bewezen dat het tenlastegelegde feit door de verdachte is begaan.
Alternatieve scenario’s
Een deel van de onderzoekswensen betrof door de verdediging gestelde alternatieve scenario’s voor wat betreft de dood van Anneke van der Stap. De rechtbank is van oordeel dat in dit stadium van de behandeling van de zaak het geven van een beslissing over deze onderzoeksvragen niet kan plaatsvinden zonder daarover een waardeoordeel te geven. Daarmee zou de rechtbank zich echter ook al uitlaten over de vraag of bewezen kan worden of verdachte het feit heeft begaan. De beslissing op deze vraag dient eerst bij eindvonnis te worden gegeven. Dat leidt – vanzelfsprekend – uitzondering indien er sterke aanwijzingen zijn dat een ander als verdachte van het strafbare feit kan worden aangemerkt.
Sporen
Uit de inhoud van het strafdossier blijkt dat in deze zaak een uitgebreid en langdurig sporenonderzoek (waaronder DNA-onderzoek) heeft plaatsgevonden dat ernstig werd bemoeilijkt door de staat waarin het lichaam van Anneke van der Stap verkeerde toen het werd gevonden. Het openbaar ministerie en de verdediging zijn het er over eens dat bij dit sporenonderzoek geen enkel spoor is gevonden dat in de richting van verdachte als betrokkene bij de dood van Anneke van der Stap wijst. De rechtbank sluit zich bij die conclusie aan.
De verdediging heeft naar aanleiding van dit sporenonderzoek vele onderzoeksvragen geformuleerd, maar niet of onvoldoende onderbouwd waarom het niettemin in haar belang zou zijn om dergelijke nadere onderzoeken te verrichten en/of daarover getuigen en deskundigen te horen.
De rechtbank heeft alle verzoeken die hierop betrekking hebben dan ook afgewezen.
Op zitting door verdachte afgelegde verklaring
Verdachte heeft op de zitting van 20 december 2011 (voor het eerst) verklaard dat hij in de nacht van de verdwijning van Anneke van der Stap haar externe harde schijf, mogelijk haar USB-stick (beide in een plastic tas) en haar bankpas heeft gekregen van een bekende, die hij later die nacht weer bij het BP-station aan de Statenlaan in Den Haag heeft ontmoet (in het dossier ook wel ‘de Kappaman’ genoemd). De rechtbank heeft in het belang van de verdediging de verzoeken die op deze verklaring betrekking hebben of daarmee verband houden toegewezen.
Getuigen en deskundigen
De rechtbank acht het in het belang van de verdediging om in de gelegenheid te worden gesteld aan getuigen en deskundigen nadere vragen te stellen omtrent de doodsoorzaak van Anneke van der Stap. Voor zover de rechtbank het horen van getuigen en deskundigen over dat onderwerp toestaat, gelast zij, anders dan door de raadsman en de officier van justitie is voorgesteld, dat deze getuigen en deskundigen door de rechter-commissaris zullen worden gehoord. Nadat die verhoren, waarbij ook de officier van justitie aanwezig kan zijn, hebben plaatsgevonden kunnen de verdediging en/of de officier van justitie desgewenst een gemotiveerd verzoek aan de rechtbank doen tot het alsnog horen van één of meer van die getuigen of deskundigen ter zitting, waarover de rechtbank dan, zo nodig op een regiezitting, zal beslissen.
Beslissing
De rechtbank heeft gelast dat door de rechter-commissaris 15 personen als getuigen zullen worden gehoord:
twee technisch rechercheurs van Politie Haaglanden;
een derde politiefunctionaris;
zes deskundigen;
een getuige die op de avond van de verdwijning van Anneke van der Stap heeft rondgelopen op het Jaagpad in Rijswijk waar haar stoffelijk overschot elf dagen later is gevonden;
4 medegedetineerden van verdachte;
de als de ‘Kappaman’ aangeduide persoon.
Verder heeft de rechtbank gelast dat door de officier van justitie de volgende stukken aan het procesdossier zullen worden toegevoegd:
De bijlagen bij het rapport van de adviseur voor gedragsonderzoek alsmede de complete tekst van dat rapport;
Een proces-verbaal waarin wordt gerelateerd of en zo ja welke bankpassen op 12 juli 2005 op naam van verdachte stonden en zo ja, of die passen waren voorzien van een chipknip;
Een uitwerking van alle tapgesprekken waaraan de ‘Kappaman’ heeft deelgenomen.
Alle overige onderzoekswensen zijn afgewezen.
De rechtbank heeft nog geen datum vastgesteld voor de volgende zitting in deze zaak.

