Rechtbank Den Haag heeft onlangs in een feitelijke procedure beslist dat geen sprake was van een belastbaar voordeel omdat geen sprake was van een onvoorwaardelijk recht op levering van aandelen. De procedure betrof een financial controller die in 2006 een recht kreeg op levering van certificaten van aandelen in zijn werkgever volgens een Stock Subscription Agreement (SSA).
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Daarbij was het recht op levering van de aandelen afhankelijk gesteld van een voorwaarde, namelijk de voldoening van de aankoopprijs van die aandelen. De rechtbank leidde uit de stukken van het geding af dat aan die voorwaarde tijdens het dienstverband van de financial controller niet was voldaan. De aandelen waren aan hem nog niet toegekend maar slechts voor hem gereserveerd. Naar het oordeel van de rechtbank had de financial controller in 2006 niet enig voordeel genoten uit hoofde van de SSA. De inspecteur had daarom ten onrechte navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2006 opgelegd waarbij hij wel SSA-voordelen in aanmerking had genomen.
Rechtbank Den Haag heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vraag of een bestuurder bij zijn werkgever een belastbaar voordeel uit een aandelenprogramma had genoten. De procedure was sterk vereenvoudigd weergegeven als volgt.
Een financial controller had in 2006 rechten gekregen op levering van certificaten van aandelen in zijn Amerikaanse werkgever volgens een specifiek aandelenparticipatieprogramma: de Stock Subscription Agreement (SSA). Daarbij was het recht op levering van de aandelen afhankelijk gesteld van een voorwaarde, namelijk de voldoening van de aankoopprijs van die aandelen. Eind 2007 werd het dienstverband op verzoek van de financial controller beëindigd en werden in 2008 de leveringsrechten uit hoofde van de SSA financieel afgewikkeld. Dat hield in dat de controller de leveringsrechten om niet zou terugoverdragen.
Naar aanleiding van een beoordeling van de door de werkgever aan diverse werknemers toegekende aandelen, meende de inspecteur dat de financial controller in 2006 voordelen uit de SSA in de vorm van een onvoorwaardelijk toegekend recht op levering van aandelen had genoten en legde hem daarom twee navorderingsaanslagen inkomstenbelasting op. De financial controller stelde echter dat hij in 2006 geen loon in natura had genoten. Hij had in dat jaar geen onvoorwaardelijk recht op levering van aandelen in de werkgever verkregen, omdat toen niet voldaan was aan ‘key performance indicatoren’. Pas eind 2007 had hij een recht op levering van 200.000 certificaten van aandelen verkregen. Echter deze aandelen waren hem niet geleverd, omdat hij niet de daarvoor op grond van de SSA’s verschuldigde betalingen had gedaan.
De rechtbank stelde voorop dat partijen van mening verschilden of de financial controller in 2006 een onvoorwaardelijk recht op levering van certificaten van aandelen in de werkgever had verkregen. De rechtbank ging voor de uitleg van de begrippen ‘voorwaardelijk verbintenis’ en ‘opschortende voorwaarde’ te rade bij het Burgerlijk Wetboek. Een verbintenis is voorwaardelijk als bij rechtshandeling de werking van die verbintenis van een toekomstige onzekere gebeurtenis afhankelijk is gesteld. Een opschortende voorwaarde doet de werking van een verbintenis eerst met het plaatsvinden van de gebeurtenis aanvangen.
De rechtbank leidde uit de stukken van het geding af en ook uit wat tijdens de zitting naar voren was gekomen dat de overeengekomen SSA’s moesten worden gekwalificeerd als verbintenissen onder opschortende voorwaarde. Daarbij was het recht op levering van de aandelen afhankelijk gesteld van een voorwaarde namelijk het voldoen van de aankoopprijs van de aandelen. Aan die voorwaarde was tijdens het dienstverband van de financial controller niet voldaan. De aandelen waren aan hem nog niet toegekend maar slechts voor hem gereserveerd.
Naar het oordeel van de rechtbank had de financial controller in 2006 niet enig voordeel genoten uit hoofde van de SSA. De inspecteur had daarom ten onrechte navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2006 opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de financial controller gegrond en vernietigde de beide navorderingsaanslagen.

