Op 12 maart 2012 deed het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) uitspraak in het hoger beroep van de exploitanten van twee Amsterdamse speelautomatenhallen. Zij zijn het niet eens met de weigering om de exploitatievergunningen te verlengen.
De burgemeester zag in de Wet bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) twee gronden om de exploitatievergunningen te weigeren: de financiering van de speelautomatenhallen met witwasgelden en het gevaar dat de exploitanten de exploitatievergunningen gebruiken om strafbare feiten te plegen. Dat laatste is volgens het CBb onvoldoende gemotiveerd. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft namelijk de exploitanten vrijgesproken van medeplichtigheid aan afpersing en witwassen van afpersingsgelden.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Wel staat vast dat voor de exploitatie van de hallen € 4 miljoen euro is geleend, grotendeels via een onderhandse lening. Die leningen zijn strafrechtelijk onderzocht en dat resulteerde in de veroordeling door de rechtbank Amsterdam (uitspraak van 8 juni 2010, LJN: BM7059) van de financier voor witwassen. De burgemeester nam, ondanks het daartegen lopende hoger beroep, terecht dat vonnis tot leidraad. Vanwege de financiering met witwasgelden mocht de burgemeester vaststellen dat de exploitant in relatie tot strafbare feiten staat. Of de exploitanten wisten dat het gaat om witwasgelden is niet van belang. De lening is niet afbetaald en het gaat om een groot bedrag en daarmee taxeert de burgemeester de mate van de risico’s met juistheid als ernstig. Op die grond mocht de burgemeester de vergunningen inderdaad weigeren.
Deze uitspraak is definitief: hoger beroep is niet mogelijk, het CBb is de eindrechter in dit soort zaken.

