Het begrip ‘bouwterrein’ voor de heffing van btw en overdrachtsbelasting werd tot voor kort te beperkt uitgelegd. De Hoge Raad is in zijn arrest van 7 juni 2013 ‘om gegaan’ en geeft aan dit begrip nu een ruimere uitleg. De Hoge Raad oordeelt nu dat sprake is van een ‘bouwterrein’ indien op het moment van de levering van het terrein blijkt dat het terrein daadwerkelijk bestemd was om te worden bebouwd.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Voor de btw en de overdrachtsbelasting is het antwoord op de vraag of een stuk grond kwalificeert als ‘bouwterrein’ relevant, omdat voor de btw de levering van een bouwterrein altijd (van rechtswege) is belast met btw, en voor de overdrachtsbelasting de verkrijging van een bouwterrein is vrijgesteld.
De Hoge Raad is op 7 juni 2013 teruggekomen op zijn eerdere arrest uit 2001 waarin hij oordeelde pas sprake kan zijn van een bouwterrein als niet alleen de oorspronkelijke bebouwing is gesloopt maar er na de sloop ook bewerkingen aan de grond hebben plaatsgevonden met het oog op de bebouwing daarvan. Naar aanleiding van het antwoord van het Europese Hof van Justitie op vragen van de Hoge Raad hierover, oordeelt de Hoge Raad nu dat sprake is van een ‘bouwterrein’ indien op het moment van de levering van het terrein blijkt dat het terrein daadwerkelijk bestemd was om te worden bebouwd.
De Hoge Raad benadrukt verder dat het Unierechtelijke btw-begrip ‘bouwterrein’ ook als zodanig voor de overdrachtsbelasting moet gelden. Daarmee is duidelijk geworden dat de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting ook geldt als sprake is van een bouwterrein op grond van deze nieuwe jurisprudentie, ondanks dat daarvan op grond van de tekst van de huidige bepalingen uit de Wet op de omzetbelasting, waarnaar voor de toepassing van de overdrachtsbelastingvrijstelling wordt verwezen, geen sprake is.

