Al ruim honderdvijftig jaar oefent de overheid toezicht uit op de volksgezondheid. In die periode heeft de Inspectie, steeds met andere taken en bevoegdheden, het Staatstoezicht uitgeoefend. In zijn proefschrift beschrijft psychiater Jacques Lucieer de geschiedenis van het toezicht en de invloed van de Inspectie voor de Gezondheidszorg op de ontwikkeling van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Die invloed was groot, maar neemt door een aantal factoren langzaam af.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Toezicht is noodzakelijk om de kwaliteit van de zorg te bewaken en te bevorderen. Toezicht op de geestelijke gezondheidszorg is daarenboven van belang omdat door vrijheidsbeneming en vrijheidsbeperking fundamentele patiëntenrechten moeten worden beschermd. De Hoofdinspecteurs hebben tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw op deze ontwikkelingen altijd een grote invloed gehad, constateert Lucieer. Sindsdien beperkt de Inspectie zich tot haar wettelijke taken: signaleren, stimuleren, adviseren en corrigeren maar ontwikkelt zij zelf geen initiatieven meer met betrekking tot de inrichting van de zorg. Ook wordt de Inspectie onvoldoende ingeschakeld als adviseur bij ingrijpende beleidsbeslissingen op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg en forensische psychiatrie. Hierdoor worden soms ontwikkelingen in gang gezet die potentiële gezondheidschade aan burgers kunnen opleveren en maatregelen afgekondigd die niet handhaafbaar zijn, meent de promovendus. Lucieer gaat in zijn studie in op een groot aantal factoren van de geestelijke gezondheidszorg, zoals het kwaliteitsbeleid, de klachtbehandeling en het toezicht op vrijheidsbeneming en -beperking. Ook beschrijft hij het toezicht op de zorg in justitiële inrichtingen. Dat zou beter kunnen, nu de aansluiting tussen de reguliere GGZ en de justitiële inrichtingen wordt belemmerd door het verschil in wet- en regelgeving en het verschil in instellingscultuur. Lucieer noemt een groot aantal leerpunten voor beroepsbeoefenaren en inspecteurs en wijst op het belang om te leren van elkaars fouten. Daarnaast komt het tuchtrecht aan de orde. Volgens de onderzoeker heeft de Inspectie zich op dit terrein altijd terughoudend opgesteld bij het indienen van tuchtklachten, maar heeft zij wel geprobeerd om elke sanctie een optimaal preventief effect te laten hebben in de kring van beroepsbeoefenaren.
Opmerkelijk is Lucieers visie op het College van Medisch Toezicht, een instantie die besluiten neemt over beroepsbeoefenaren die niet langer geschikt worden bevonden om hun beroep uit te oefenen, en van wie de beroepsuitoefening moet worden beperkt. Volgens Lucieer doet het geringe aantal voorstellen dat door de Inspectie is ingediend vermoeden dat veel beroepsbeoefenaren die kampen met een psychische stoornis of verslavingsproblematiek onopgemerkt blijven. Lucieer is kritisch op enkele ontwikkelingen binnen de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De recente opheffing (december 2005) van een apart onderdeel voor het toezicht op de geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg (dit maakt nu deel uit van zeven inspectieprogramma’s, aangestuurd door meerdere leidinggevenden) vindt in zijn ogen geen genade: daarmee is het specifieke karakter van het toezicht op de geestelijke gezondheidszorg en met name het toezicht op patiëntenrechten onvoldoende gewaarborgd. J. Lucieer, Inzicht in het Staatstoezicht op de Geestelijke Gezondheidszorg (diss. Tilburg) Tilburg: Wolf Legal Publishers 2006 |
Curriculum vitae Drs. Jacques Lucieer (1952, Rotterdam) studeerde medicijnen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en specialiseerde zich na zijn afstuderen in 1976 in de psychiatrie. Tussen 1985 en 1994 was Lucieer directeur patiëntenzorg van het Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis ‘Vrederust’ te Halsteren. Nadien werd hij o.a. Regionaal Inspecteur voor de Geestelijke Volksgezondheid (Zuid-Holland en Zeeland), Regionaal Inspecteur voor de Gezondheidszorg voor Zuid-Holland, Landelijk Inspecteur (Hoofd van het Bureau Landelijke Inspectieteams) en (de laatste) Hoofdinspecteur voor de Geestelijke Gezondheidszorg en Gehandicaptenzorg. Deze laatste functie is op 1 december 2005 opgeheven. Momenteel is Lucieer als psychiater parttime werkzaam bij De Kijvelanden, instelling voor forensische psychiatrie (TBS-kliniek) te Poortugaal. Over de promotie Jacques Lucieer promoveerde vrijdag 10 februari 2006 om 10.15 uur in de aula van de Universiteit van Tilburg (Warandelaan 2, Tilburg) op het proefschrift Inzicht in het Staatstoezicht op de Geestelijke Gezondheidszorg, 1841-2005. Promotor is prof.dr. T.I. Oei. |