Frisia Zout BV te Harlingen mag met ingang van maandag 3 april 2006 verder gaan met het aanleggen van zouttransportleidingen. De landeigenaren zullen deze werkzaamheden moeten gedogen. Dat is de uitkomst van een procedure die door elf landeigenaren die niet aan de aanleg willen meewerken, is aangespannen.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
In zijn uitspraak van 23 november 2005 ging de bestuursrechter nog over tot schorsing van de zogenaamde gedoogplicht, die is opgelegd door de minister van Verkeer en Waterstaat. De reden voor die schorsing was dat zoutproducent Frisia ten onrechte niet met de landeigenaren wilde onderhandelen over de waardevermindering van hun gronden.
Inmiddels heeft Frisia op dit punt water bij de wijn gedaan, maar de landeigenaren zijn nog steeds niet bereid een overeenkomst te sluiten. Onder die omstandigheden is de rechter van oordeel dat het niet onredelijk is dat aan de landeigenaren een gedoogplicht wordt opgelegd. De eerdere schorsing is daarom door de rechter opgeheven. Als gevolg van deze uitspraak kan Frisia met ingang van maandag 3 april 2006 verder met de aanleg van de zouttransportleidingen.
Rechtbank Leeuwarden 31 maart 2006, LJN AV7813, Zaaknr: 06/211, 06/417, 06/521, 06/564, 06/565
Actiegroep ‘Laat het zout maar zitten’ wint ook derde geding, Rechtennieuws.nl
Zoutwinning in noordwest Friesland mag doorgaan, Rechtennieuws.nl
Uitspraken over zoutwinning, Rechtennieuws.nl

