Democratie zoals wij die in Nederland en de rest van de westerse wereld kennen, lijkt een vanzelfsprekende verworvenheid, maar is dat niet. Menselijk gedrag is niet automatisch democratisch gedrag en ook de democratische samenlevingsstructuur ontstaat door keuzes die telkens opnieuw moeten worden gemaakt. Een democratisch bestel kan alleen functioneren wanneer het wordt ‘gedragen’ door burgers.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
In opdracht van het Kabinet verkent de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in dit vooronderzoek in hoeverre democratie en democratische basiswaarden steun vinden bij burgers. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op basis van een literatuurstudie en gesprekken met deskundigen.
De RMO constateert in Democratie voorbij de instituties dat het beschikbare empirische materiaal geen eenduidig beeld geeft van een afnemende steun voor de democratie. Een meerderheid van ruim 90% van de Nederlanders vindt de democratie de beste staatsvorm, ook al neemt het vertrouwen in democratische instituties wel af. Burgers zijn over het algemeen steeds meer politiek geïnteresseerd, maar zien zich steeds minder politiek gerepresenteerd. Door de opzet van de meeste onderzoeken blijft echter onduidelijk welke bevolkingscategorieën behoren tot de 10% die de democratie minder welgezind zijn. Over hun motivaties en alternatieve denkbeelden is niet veel bekend. De RMO wil hier nader onderzoek naar (laten) doen.
Een tweede constatering is dat veel maatschappelijke problemen in Nederland, zoals radicalisering, botsende grondrechten, intolerantie en afnemende gemeenschapszin –, weliswaar geen directe problemen van de democratie zijn (en in elk geval door velen niet als zodanig worden herkend), maar daar indirect wel aan raken. De problemen raken de onderliggende pijlers die nodig zijn voor een goed functionerende democratie. Pijlers als maatschappelijk vertrouwen, omgang met identiteit en verschil, en gerichtheid op de publieke zaak. Het is daarom wenselijk dat het democratiedebat zich niet alleen richt op versterking en vernieuwing van de instituties (interactieve beleidsvorming, bestuurlijke vernieuwing etc.), maar eveneens op gerichte investeringen in socialisatie en participatie. De RMO zal een advies voorstellen ontwikkelen hoe dergelijke investeringen gedaan kunnen worden. Dit advies zal eind 2006 verschijnen.
Achtergrond van het onderzoek
Democratie heeft, om te kunnen functioneren niet alleen een stelsel van rechten en instituties nodig, maar ook de steun van burgers. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) vindt dat het draagvlak voor de democratie te weinig diepgaand onderzocht is, zeker wanneer het gaat om een uitsplitsing naar bevolkingsgroepen. Is de affiniteit met democratie bijvoorbeeld zwakker naarmate het opleidingsniveau, economisch perspectief en mate van integratie lager zijn?
Het is wenselijk hier in een adviestraject nader onderzoek naar te doen. Daarbij zal ook gekeken worden naar de mogelijkheden die er zijn om dit draagvlak onder verschillende bevolkingsgroepen te verstevigen. Bij voorbeeld door gerichte investeringen in socialisatie (denk aan opvoeding, scholen en maatschappelijke organisaties) en participatie (politiek, maatschappelijk, sociaal).
Het vooronderzoek ‘Democratie voorbij de instituties’ (werkdocument 12) is geschreven door Micha de Winter, Ingrid Doorten, Rienk Janssens, Thomas Schillemans (RMO).
“Democratie voorbij de instituties. Een vooronderzoek van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling”, Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling

