Op 17 maart 2006 heeft de Ministerraad ingestemd met het wetsvoorstel voor een Aanbestedingswet en op 23 maart is het wetsontwerp bij de Tweede Kamer ingediend.1 Het wetsvoorstel regelt het aanbesteden van (overheids-)opdrachten. Momenteel geldt het Besluit Overheidsaanbestedingen (BAO) en het Besluit Aanbestedingen Speciale Sectoren (BASS) voor aanbestedingen boven de drempelwaarden en het Aanbestedingsreglement 2005 (ARW 2005) voor aanbestedingen onder de drempelwaarden. Het BAO en het BASS zijn implementaties van de Europese Aanbestedingsrichtlijnen 2004/18 en 2004/19. De verwachting was dat in de nieuwe Aanbestedingswet alle regelgeving in één wet zou worden ondergebracht. Niets blijkt echter minder waar.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Het wetsvoorstel bestaat uit welgeteld 28 artikelen. Ter vergelijking: het BAO bestaat uit 81 artikelen en het BASS heeft er 77. De eerste artikelen van de wet geven enkele definities van onder andere een aanbestedende dienst, overheidsopdracht enzovoort. Daarna worden de algemene beginselen genoemd die aanbestedende diensten of speciale sectoren in acht moeten nemen: non-discriminatie, transparantie en proportionaliteit. Deze definities en beginselen zijn afgeleid uit bovengenoemde aanbestedingsrichtlijnen, maar worden lang niet zo uitputtend behandeld als in de richtlijnen (of de daarop gebaseerde BAO en BASS).
Voorts worden er in hoofdstuk 3 van het wetsvoorstel beginselen genoemd die van toepassing zijn op opdrachten van bepaalde organisaties die geen aanbestedende dienst zijn. Het gaat hier om concessiehouders voor openbare werken die geen aanbestedende dienst zijn, een bepaalde categorie subsidieontvanger die geen aanbestedende dienst is en zogenoemde organisaties aan wie bijzondere of uitsluitende rechten worden verleend door een aanbestedende dienst. Ook deze artikelen vinden hun grondslag in de aanbestedingsrichtlijnen.
Artikel 17 van het wetsvoorstel bepaalt dat in een algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die betrekking hebben op procedurevoorschriften, de geschiktheid van ondernemers, technische eisen, gunningscriteria enzovoort ten aanzien van het gunnen van een overheidsopdracht, het sluiten van een raam- of concessieovereenkomst of het uitschrijven van een prijsvraag. Ook kunnen er ministeriële regels worden gesteld.
Elke inschrijver dient aan bij algemene maatregel van bestuur aangewezen aanbestedende diensten een integriteitsverklaring aanbesteden te overleggen. Wat deze verplichting precies inhoudt wordt eveneens in een algemene maatregel van bestuur vastgelegd.
Aangekondigd werd een Aanbestedingswet, terwijl het wetsvoorstel eigenlijk een aangeklede Raamwet bevat. Hierboven is slechts een greep uit de artikelen van het wetsvoorstel gegeven. Wat direct opvalt is dat er slechts enkele definities instaan en dat er voornamelijk wordt verwezen naar lagere regelgeving. De wetgever is er zelf blijkbaar ook niet helemaal over uit. Blijkens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel zullen het BAO en het BASS na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel gebaseerd zijn op de Raamwet aanbesteden. Hiermee zal waarschijnlijk gedoeld worden op de Aanbestedingswet. De Aanbestedingswet wordt blijkbaar een kapstok waar verschillende regelingen onder hangen. Dit komt de overzichtelijkheid niet ten goede. Bovendien is er niets geregeld over bijvoorbeeld aanbestedingen onder de drempelwaarden waar het ARW 2005 op van toepassing is.
De Raad van State is kritisch geweest over het wetsvoorstel. Wij wachten met spanning af hoe de Tweede Kamer zal reageren.
Tot slot: de eurocommissaris voor de interne markt Charlie McGreevy heeft voorgesteld dat de termijn waarin inschrijvers na een voorlopige gunning door de aanbesteder bezwaar kunnen maken tegen de voorlopige gunning (de zogenoemde Alcatel-termijn) Europees vast te stellen op 10 dagen. Dit betekent voor Nederland, dat 14 dagen hanteert, een verkorting met 4 dagen. Wij vonden veertien dagen al aan de krappe kant, maar met een termijn van tien dagen is er nauwelijks meer tijd voor een inschrijver om te reflecteren of hij al dan niet bezwaar wil aantekenen, om eventueel nog nadere informatie op te vragen bij de aanbesteder en om zijn advocaat te informeren. Op zichzelf is het voor de rechtszekerheid een goede ontwikkeling wanneer in elke lidstaat een zelfde termijn geldt die is vastgelegd in Europese regelgeving, een dergelijk korte termijn is echter naar onze mening niet wenselijk. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.
Mr. W.J.W. Engelhart en mr. A.A. Geelhoed, Van Benthem & Keulen
___________________
1. TK, 2005/2006, 30 501

