Minister Verdonk stelt voor de maximum leeftijd waarop buitenlandse adoptiekinderen kunnen worden opgenomen te verhogen tot 8 jaar, dat kan nu tot 6 jaar. Zij schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer in reactie op schriftelijke vragen van Kamerleden over het wetsvoorstel dat de adoptie door echtgenoten van gelijk geslacht regelt.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Uit ervaringen met andere landen is gebleken dat ook oudere kinderen zich kunnen hechten, mits zij en hun adoptiefouders goed op de adoptie worden voorbereid. Daar komt bij dat de bereidheid van adoptiefouders om ook oudere kinderen op te nemen een positief effect kan hebben op het totale aanbod van adoptiekinderen, waaronder jonge kinderen.
Een aanvraag voor adoptie wordt in de toekomst mogelijk als de jongste (of enige) adoptiefouder de leeftijd van 44 jaar nog niet heeft bereikt, dat is nu 42 jaar. Deze adoptiefouder mag het kind dan tot zijn of haar vijftigste jaar opnemen. Voor de oudste adoptiefouder wordt deze grens vastgesteld op 56 jaar, dat was 46 jaar. Ook wordt het leeftijdsverschil tussen de jongste ouder en het kind aangepast. Dat was 40 jaar en wordt verhoogd naar 44 jaar.
De verruiming van de leeftijdsgrenzen voor adoptie uit het buitenland past goed bij een leeftijd waarop in ieder geval één van de adoptiefouders (de jongste) zelf nog een eigen kind had kunnen krijgen. Daarmee wordt ook tegemoet gekomen aan de situatie dat er tussen echtgenoten of partners grote leeftijdsverschillen kunnen bestaan. Bovendien sluiten de toekomstige leeftijdscriteria in grote mate aan bij de in andere Europese landen gehanteerde criteria.
Verder gaat de geldigheidsduur van de beginseltoestemming van drie naar vier jaar. Een beginseltoestemming, die nodig is om daadwerkelijk een kind te kunnen adopteren, hoeft zich niet langer tot één kind te beperken. Het wordt mogelijk meerdere kinderen tegelijk op te nemen (broertjes en/of zusjes), of kinderen die samen zijn opgegroeid en daarom moeilijk van elkaar kunnen worden gescheiden.
Tot slot schrijft minister Verdonk dat gelijke behandeling van lesbische, homoseksuele en heteroseksuele paren in de wet, zoals aangegeven in de motie Pechtold, uitgangspunt zou moeten zijn. ‘Echter, introductie van de mogelijkheid van erkennning of ouderschap van rechtswege voor de vrouwelijke partner van de moeder zou een ingrijpende wijziging van ons afstemmingsrecht betekenen. Het voorliggende wetsvoorstel strekt ertoe de adoptiebepalingen zodanig te versoepelen dat het gesignaleerde knelpunt in de motie van het lid Pechtold c.s. dat lesbische paren een tijdrovende en kostbare adoptieprocedure moeten volgen, zoveel mogelijk wordt weggenomen. Om die reden heb ik gekozen voor een praktische oplossing om geen nota van wijziging tot regeling van dit onderwerp in te dienen, zodat de behandeling van het wetvoorstel thans kan worden voortgezet. Het is aan een nieuw kabinet om een wetswijziging over dit onderwerp vorm te geven.’

