De Eerste Kamer is akkoord met de nieuwe Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De nieuwe wet is noodzakelijk omdat de huidige wet in de loop der tijd een ondoorzichtig bouwwerk is geworden en onvoldoende aansluit op Europese regelgeving.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De 58 besluiten en ministeriële regelingen en de ‘oude’ Bestrijdingsmiddelenwet 1962 worden vervangen door één wet, één algemene maatregel van bestuur (AMvB), en één ministeriële regeling. Hierdoor wordt het gewasbeschermingsbeleid inzichtelijker, transparanter en eenvoudiger.
Belangrijke andere wijzigingen in de nieuwe wet zijn dat de ministers van LNV en VROM de besluitvorming over dringend vereiste middelen overdragen aan het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (CTB) en dat er een duidelijk onderscheid komt tussen middelen die door professionals en door particulieren mogen worden gebruikt. Bovendien zijn de handhavingsmogelijkheden verbeterd doordat nu ook bestuurlijke sancties (zoals een boete) mogelijk zijn. De ministeries van LNV en VROM zijn eindverantwoordelijk voor de nieuwe wet die in de loop van dit jaar moet ingaan.
In Nederland mogen alleen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, verhandeld of in voorraad worden gehouden die zijn toegelaten. Het CTB is verantwoordelijk voor de toelating van de middelen waarbij nadrukkelijk rekening gehouden wordt met de mogelijke risico’s voor mens, dier en milieu. Daarnaast is de wet overzichtelijker geworden.
Het was in de oude wet bijvoorbeeld niet altijd duidelijk welke bepalingen betrekking hadden op fabrikant, handelaar of gebruiker. Ook de handhaving is onder de loep genomen. Zo moet een gebruiker bijvoorbeeld bijhouden welke gewasbeschermingsmiddelen hij heeft toegepast en moet hij over een bewijs van vakbekwaamheid beschikken om de middelen te mogen gebruiken.
De Tweede Kamer spreekt nog met de minister over de onderliggende AMvB die op diverse punten het wetsvoorstel praktisch en technisch uitwerkt. Onderwerpen die daarbij aan de orde komen zijn onder meer de beslistermijnen van het CTB, de import van zaaizaad dat is behandeld met een gewasbeschermingsmiddel, de certificering van chemische onkruidbestrijding op verhard oppervlak en de gebruiksregistratie.

