Op 1 januari 2007 telde ons land 1,047 miljoen personen met de Nederlandse en ten minste één andere nationaliteit. Dit is tweeënhalf keer zoveel als op 1 januari 1995. Toch groeide het aantal mensen met een dubbele nationaliteit de laatste vier jaren minder hard, mede door een verminderd aantal naturalisaties.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
In 2005 waren er bijna 22 duizend kinderen die bij de geboorte automatisch een dubbele nationaliteit kregen, omdat één van de ouders naast de Nederlandse tevens een niet-Nederlandse nationaliteit had.
In 2005 waren er ook ruim 5 duizend personen die via een optie of adoptie het Nederlanderschap verkregen naast hun oorspronkelijke nationaliteit.
Dubbele nationaliteit door naturalisaties neemt af
Ten slotte kregen in 2005 ruim 18 duizend personen via naturalisaties meer dan één nationaliteit. Dit aantal is echter de laatste jaren flink afgenomen.
Het aantal Nederlanders met meer dan één nationaliteit steeg met name in de tweede helft van de jaren negentig door naturalisaties. Tussen 1 januari 1992 en 1 oktober 1997 konden niet-Nederlanders bij naturalisatie hun oorspronkelijke nationaliteit behouden. Daar is op grote schaal gebruik van gemaakt. Na 1 oktober 1997 mogen personen slechts één nationaliteit hebben. Door een aanzienlijk aantal uitzonderingen kon echter driekwart van de genaturaliseerden in de jaren 1998–2005 nog steeds de oorspronkelijke nationaliteit behouden.
Bijna de helft van de mensen met een dubbele nationaliteit hebben naast de Nederlandse ook de Turkse of Marokkaanse nationaliteit. Op ruime afstand volgen Nederlanders met tevens de Duitse of Britse nationaliteit.

