Rechtbank Breda heeft onlangs beslist dat ook over een ambtshalve aanvullende teruggaaf omzetbelasting heffingsrente moet worden vergoed. De procedure betrof een Duitse vennootschap die onroerende zaken exploiteerde in Nederland.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De vennootschap vroeg steeds op aangiften de in rekening gebrachte omzetbelasting terug. De aangiften waren (door toepassing van de zogeheten verleggingsregeling) steeds negatief. In 2004 maakte de vennootschap bezwaar tegen de eerdere aangiften over de jaren 2000 tot en met 2003 omdat zij vergeten was grote bedragen aan voorbelasting in die aangiften te vermelden. De inspecteur verleende de teruggaven ambtshalve maar vergoedde geen heffingsrente.
De rechtbank is van oordeel dat tegen de beschikkingen om geen heffingsrente te vergoeden bezwaar en beroep openstaan. Daarbij maakt het niet uit dat sprake is van ambtshalve beschikkingen tot teruggaaf van omzetbelasting (waartegen geen bezwaar en beroep openstaan).
Rechtbank Breda heeft onlangs beslist dat ook over een ambtshalve aanvullende teruggaaf omzetbelasting heffingsrente moet worden vergoed. De procedure betrof een Duitse vennootschap die onroerende zaken exploiteerde in Nederland. De vennootschap vroeg steeds op aangiften de in rekening gebrachte omzetbelasting terug. De aangiften waren (door toepassing van de zogeheten verleggingsregeling) steeds negatief. Bij een interne controle in 2004 stelde de vennootschap vast dat zij over de jaren 2000 tot en met 2003 grote bedragen aan betaalde omzetbelasting vergeten was terug te vragen. Daarop verzocht zij de inspecteur om aanvullende teruggaven. De inspecteur verleende deze teruggaven ambtshalve maar vergoedde geen heffingsrente.
De vennootschap maakte bezwaar en verzocht om vergoeding van heffingsrente. De inspecteur handhaafde zijn eerdere beslissing. De uitspraak bevatte geen aparte melding van zijn beslissing om geen heffingsrente te vergoeden.
De zaak kwam voor Rechtbank Breda. Ter zitting was niet langer in geschil dat de ambtshalve teruggaven -ondanks het niet-vermelden van de heffingsrente- moet worden opgevat als een beslissing van de inspecteur om geen heffingsrente te vergoeden. Hetzelfde geldt voor de uitspraak op bezwaar.
Uit de wetsgeschiedenis van de wettelijke bepaling over de vaststelling van heffingsrente en uit een ministerieel besluit maakte de rechtbank op dat tegen beschikkingen om geen heffingsrente te vergoeden afzonderlijk bezwaar en beroep openstaan. Het maakt daarbij niet uit dat sprake is van een ambtshalve beschikking na teruggaaf van omzetbelasting waartegen zelf geen bezwaar en beroep mogelijk is.
De rechtbank was verder van oordeel dat niet alleen heffingsrente moet worden vergoed bij een aanvullend verzoek op teruggaaf nadat een aangifte is gedaan met een positief bedrag die heeft geleid tot een voldoening van omzetbelasting, maar ook als -zoals in onderhavige procedure- die aangifte negatief was en die teruggaaf die daaruit voortvloeit, wordt gevolgd door een aanvullend verzoek om een hogere ambtshalve teruggaaf.

