Btw-ondernemers, die hun onderneming of een zelfstandig gedeelte daarvan overdragen aan een andere ondernemer die het bedrijf voortzet, mogen over deze overdracht geen btw in rekening brengen. Het betreft de zogeheten ‘overdracht van een algemeenheid van goederen en diensten’. De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat voor een overdracht van een dergelijke algemeenheid van goederen en diensten is vereist dat de (on)lichamelijke zaken die de algemeenheid vormen, vóór de overgang gezamenlijk door één ondernemer worden gebruikt en dat ze moeten worden overgedragen met het oog op een (voortgezet) gebruik door één andere ondernemer.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
In de onderhavige procedure was daarvan geen sprake. De betreffende ondernemer verkreeg goederen van meerdere (samenwerkende) ondernemers. Over deze overdracht was btw berekend die de verkrijger in aftrek had gebracht. De inspecteur meende echter dat in onderhavig geval wél sprake was van een overdracht van een algemeenheid van goederen en diensten (zonder btw) en had de bv een naheffingsaanslag opgelegd om in aftrek gebrachte btw te kunnen terugnemen. Hof Amsterdam stelde de inspecteur in het gelijk, maar dat bleek dus ten onrechte. De Hoge Raad vernietigde de hofuitspraak.
Btw-ondernemers, die hun onderneming of een zelfstandig gedeelte daarvan overdragen aan een andere ondernemer die het bedrijf voortzet, mogen op grond van de relevante wettelijke bepalingen geen btw berekenen over deze overdracht. Het betreft de zogeheten ‘overdracht van een algemeenheid van goederen en diensten’. De Hoge Raad heeft onlangs de beoordelingscriteria gegeven voor een overdracht van een algemeenheid van goederen en diensten. De zaak was als volgt.
De activiteiten van een bv bestonden uit de handel in en de bewerking van vis. De bv verkreeg uit de faillissementsboedel van een uit drie vennootschappen bestaande groep (A1 Holding BV, A2 BV en A3 BV) een onroerende zaak. Van de leasemaatschappij (B BV) van wie een aantal zaken zich op de bodem van de groepsvennootschappen bevond, kocht de bv goederen waaronder rookkasten, rookwagens en verpakkingsmachines. De bv had verder van C BV een kantoorinventaris gekocht en geleverd gekregen die tot het faillissement deel uitmaakte van de door A2 BV gebruikte inventaris.
De bv gebruikte de overgenomen goederen, evenals de failliete groep deed, voor het roken van vis. In verband met de levering van de onroerende zaak en overige goederen was aan de bv btw berekend die de bv in aftrek had gebracht.
De inspecteur meende echter dat sprake was van een overdracht van een algemeenheid van goederen en diensten, en legde de bv een naheffingsaanslag op om de in aftrek gebrachte btw na te heffen. Anders dan Rechtbank Haarlem was Hof Amsterdam van oordeel dat de onderhavige overdracht toch als een overdracht van en algemeenheid van goederen en diensten moest worden beschouwd; in de visie van het Hof moesten de transacties tezamen in ogenschouw worden genomen. Daarmee zou de bv btw in aftrek hebben gebracht die niet over de overdracht verschuldigd was, en zou de bv deze dus moeten terugbetalen. De bv ging daarop in cassatie bij de Hoge Raad.
Onder verwijzing naar een arrest van het Europese Hof van Justitie (Zita Modes Sàrl) komt de Hoge Raad tot de conclusie dat van een overgang van een algemeenheid van goederen en diensten alleen sprake kan zijn, indien de (on)lichamelijk zaken die de algemeenheid vormen voorafgaand aan de overgang door één ondernemer worden gebezigd, worden overgedragen met het oog op (voortgezet) bezigen door één andere onderneming.
In de onderhavige zaak was het duidelijk dat B de goederen bezigde in het kader van haar leaseactiviteiten. In dat geval konden ze niet meer worden gebezigd in het kader van de onderneming van A3, A2 en/of A1 Holding. De door B geleverde goederen maakten daardoor geen deel uit van de algemeenheid van goederen die werd overgedragen. De onroerende zaak en kantoorinventaris die de bv daarnaast had overgenomen, vormden in de visie van de Hoge Raad evenmin een (deel van een) algemeenheid van goederen en diensten, ook niet als ze in samenhang werden gebruikt in het kader van één onderneming. De naheffingsaanslag was daarmee ten onrechte opgelegd. De Hoge Raad vernietigde daarop de hofuitspraak.

