Op de laatste dag van 2009 heeft de ondernemingskamer een belangwekkende uitspraak gedaan in een geschil tussen enerzijds de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de minderheidsaandeelhouders en anderzijds de meerderheidsaandeelhouder van Inter Access Groep B.V. Door het oordeel van de ondernemingskamer werd een door een crediteur/minderheidsaandeelhouder voorgestelde conversie van schuld in aandelen mogelijk gemaakt. De minderheidsaandeelhouder kreeg nu de meerderheid van de aandelen.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Update: in eerste helft 2010 verschenen commentaren op uitspraak.
Inter Access Groep B.V. (IA Groep) verkeerde in ernstige financiële moeilijkheden, beschikte over een negatief eigen vermogen en de accountant kon de jaarcijfers 2008 niet goedkeuren in verband met het ontbreken van continuïteit. De minderheidsaandeelhouder die tevens crediteur was, toonde zich bereid zijn vordering te converteren in aandelen, maar vond de meerderheidsaandeelhouder op zijn weg. De ondernemingskamer besloot dat de conversie wel plaats zou vinden.We weten nu dat onder bijzondere omstandigheden we tegen de zin van een meerderheidsaandeelhouder kunnen komen tot de emissie van aandelen nodig voor een debt to equity swap. Dat kan in de huidige crisis zijn vruchten nog af gaan werpen.
Het Hof oordeelde dat: “het doen plaatsvinden van de meergenoemde conversie en daarmee de financiële versterking van IA Groep in het belang van IA Groep en alle bij haar betrokken belangen bij de huidige stand van zaken dringend noodzakelijk is en dat daaraan geen beletselen of – andere, voldoende zwaarwegende – belangen in de weg staan, alsmede dat een minder vergaande voorziening dan door verzoekers is verzocht niet voorhanden is”. Zie het volledige arrest (LJN BL3680). Zie ook het korte bericht in het FD van 11 februari 2010.
En sinds het FD van 11 maart 2010 weten we dat de grootaandeelhouder in cassatie gaat. Wordt dus vervolgd.
Het arrest is in de juridische literatuur inmiddels van commentaar voorzien. Vergelijk Mr J.W. Leedekerken in Tijdschrift voor de Ondernemingspraktijk Juni 2010, p. 141 e.v., die het arrest plaatst in het leerstuk van de noodzaakfinanciering. Hij stelt daarbij aan de orde dat niet alleen de Ondernemingskamer in dit soort gevallen een oplossing zou kunnen geven, maar ook de gewone voorzieningenrechter. Ook De Kluiver heeft eerder hierop gewezen, vgl. Noodzaakfinanciering en de rol van de rechter, in de financiering van de onderneming (naar aanleiding van een in 2005 gehouden congres). Zie ook Mr Assink in Ondernemingsrecht 2010-7 die zich afvraagt of de beslissing van de Ondernemingskamer niet in strijd is met art. 1 van het Eertse Protocol EVRM. dat – kort gezegd – een verbod op onteigening kent.
Ik zie dat – althans in een situatie waarin de waarde van de onderneming minder is dan het totaal van de schulden – anders. Immers, de aandelen hebben economisch geen waarde meer dus van onteigening – in economische zin – is geen sprake. Mr Doorman pleit in zijn noot in de JOR voor terughoudendheid omdat hij meent dat de aandeelhouder aldsu een contractuele of statutaire bescherming wordt ontnomen waarop hij rekent.
Ook dat zie ik – wederom voor het geval de aandelen out of the money zijn – anders. De aandeelhouder probeert alleen zijn nuisance value te benutten en zijn rechten alleen maar te gebruiken om iets af te pakken van de crediteur die voor hem staat in de waterval. Ik ben benieuwd of de uitspraak van de Hoge Raad helderheid gaat geven.

