De Raad van State heeft zware kritiek op het wetsvoorstel invoering minimumstraffen bij recidive. Het kabinet diende het wetsvoorstel deze week in bij de Tweede Kamer.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De Raad van State noemt in zijn wetgevingsadvies invoering van minimumstraffen ‘zeer onwenselijk’. In juni 2011 adviseerde de Raad voor de rechtspraak de minister van Veiligheid en Justitie al dit voorstel niet in te dienen. Het voornemen tot invoering van minimumstraffen staat in het regeerakkoord van het minderheidskabinet van VVD en CDA, dat gedoogd wordt door de PVV.
De Raad van State (RvS), die advies moet geven over voorgestelde wetten, zit op dezelfde lijn als de Raad voor de rechtspraak. Zo stelt de RvS dat het kabinet niet aantoont dat er een probleem is met de huidige straffen. Ook onderbouwt het kabinet volgens de RvS niet de veronderstelde preventieve werking – minder recidive en criminaliteit – die uit zou gaan van minimumstraffen.
Verder typeert de Raad van State het voorstel als een ‘onwenselijke systeembreuk’: de rechter verliest, als het wetsvoorstel wordt aangenomen, de vrijheid maatwerk te leveren. Ook de Raad voor de rechtspraak wees er in juni op dat het invoeren van minimumstraffen een ‘principiële wijziging’ is van het huidige stelsel, waarin het aan de rechter is de juiste straf te bepalen.
De Raad van State adviseert op grond van al deze punten het kabinet het voorstel ‘te heroverwegen’. Voor het geval het kabinet het wetsvoorstel toch doorzet, doet de Raad van State een aantal suggesties die het voorstel ‘minder rigide’ te maken.
Het voorstel van het kabinet, zoals dat aan de Raad van State is voorgelegd, omvat de invoering van minimumstraffen voor die gevallen waarin een persoon eerder is veroordeeld wegens een misdrijf waarop twaalf jaar gevangenisstraf of meer staat. Als de persoon in kwestie binnen tien jaar opnieuw wordt veroordeeld voor een misdrijf waarop een maximumstraf van acht jaar of meer staat, geldt dat ten minste de helft wordt opgelegd. Als voorwaarde geldt dat het nieuwe misdrijf een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer heeft gehad. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan de rechter een lagere straf opleggen.

