Een bank moet een belegger in obligaties van Lehman Brothers een bedrag van € 110.300,- vergoeden, omdat de bank niet nadrukkelijk en in niet mis te verstane bewoordingen de consument had gewaarschuwd voor de risico’s die de consument liep. Dit heeft de Geschillencommissie van de KiFiD geoordeeld en is onlangs bevestigd door de Commissie van Beroep van het KiFiD (19 november 2012 (2012-22)).
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De zaak betrof een 71-jarige consument met een zeer defensief beleggersprofiel, die een bedrag van € 100.000,- wilde beleggen en daarom advies vroeg aan de bank. De consument had in zijn beleggersprofiel te kennen gegeven dat hij niet zou kunnen slapen als zijn vermogen 20% in waarde zou dalen. De consument ontving informatie over verschillende beleggingsproducten en gaf vervolgens aan de bank de opdracht om met zijn volledig te beleggen vermogen obligaties van Lehman Brothers aan te schaffen. Nadat Lehman Brothers failliet ging, stapte de consument vervolgens naar het KiFiD en vorderde schadevergoeding.
Hoewel de bank de consument had geadviseerd om niet zijn gehele inleg in Lehman Brother te beleggen, oordeelde de Commissie van Beroep dat de bank aansprakelijk is voor de door de consument geleden verliezen. De Commissie van Beroep oordeelde dat de bank niet nadrukkelijk genoeg en in niet mis te verstane bewoordingen de consument had gewaarschuwd voor het feit dat de wens van de consument om in één product te beleggen niet overeenstemde met de risico’s die de consument bereid was te lopen.
De volgende conclusie kan op basis van deze uitspraak van het KiFiD worden getrokken. Als je als financiële instelling ziet dat een cliënt een beleggingskeuze maakt die niet overeenstemt met de door hemzelf kenbaar gemaakte risicobereidheid, dan moet je de consument daar expliciet op wijzen en waarschuwen. Het simpelweg bespreken van de risico’s en/of het adviseren van een andere wijze van beleggen, zal (onder omstandigheden) niet volstaan.

