Voor belangrijke onderdelen van het besluit van minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) om SNS Reaal te nationaliseren, bestond geen wettelijke basis.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Dat stelde advocaat Pieter van der Korst vrijdag namens de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en advocaat William Schonewille namens achtergestelde obligatiehouders tegenover de Raad van State (RVS).
De Raad van State hoorde vrijdag de bezwaren van meer dan 700 partijen uit binnen- en buitenland die beroep hebben aangetekend tegen het onteigeningsbesluit. De landsadvocaat zal namens de minister het besluit verdedigen.
De vraag die de Raad van State moet beantwoorden is of Dijsselbloem SNS volgens de nieuwe Interventiewet wel had mogen onteigen.
Andere mogelijkheden
Volgens Van der Korst is tot onteigening besloten op grond van de ”betwistbare uitkomsten” van een onderzoek naar de omvang van de problemen bij de vastgoedtak van SNS. Terwijl de minister zich wettelijk gezien zou moeten baseren op degelijke informatie, aldus de advocaat.
Hij noemde de nationalisatie ”niet proportioneel” en zei dat de minister niet alle andere mogelijkheden voldoende heeft onderzocht.
Weinig tijd
De advocaten beklaagden zich ook over de procedure. De gedupeerde beleggers hadden na het onteigeningsbesluit, precies twee weken geleden, veel te weinig tijd hebben gekregen om hun verweer voor te bereiden, aldus het pleidooi.
Zij hebben bovendien geen toegang gekregen tot alle relevante stukken. Ook hekelden de advocaten dat de minister pas donderdavond zijn meer dan 100 pagina tellende verweer opstuurde naar de gedupeerde partijen.
De VEB treedt naar eigen zeggen op namens meer dan 5300 gedupeerde beleggers. ”Dat aantal groeit nog ieder uur”, aldus Van der Korst.
Onbegrijpelijk
Ook Schonewille stelde tijdens zijn verweer dat Dijsselbloem zich op te beperkte informatie heeft gebaseerd. Hij noemde het “onbegrijpelijk en onacceptabel” dat Dijsselbloem slechts een onderzoek als uitgangspunt nam, terwijl SNS zelf er volgens hem terecht grote bezwaren tegen had.
De bank stelde zelf dat er onder grote tijdsdruk een ondeugdelijk rapport werd afgeleverd.
Zowel de gevolgde procedure als de onderzoeksmethode bevatten grote fouten, schreven de bestuurders.
Volgens Schonewille had dit vooral effect op de berekeningen van de bezittingen van SNS, op basis waarvan de aandeelhouders weer werden onteigend.
Kleinere verliezen
Zelf had de bank en verzekeraar met accountant Ernst & Young ook een inschatting gemaakt van de waarde van het vastgoed.
Die bracht veel kleinere toekomstige verliezen aan het licht. ”Waarom is niet van een gemiddelde waardering uitgegaan”, vroeg Schonewille zich af.
”Het lijkt of er zoveel licht zat tussen beide rapporten dat het de minister en De Nederlandsche Bank heeft weten te verblinden.”
FNV
Onder de partijen zit ook FNV, die nog ruim 20 miljoen euro tegoed had van SNS. FNV was begin jaren ’90 een van de oprichters van verzekeraar Reaal. In 1996 besloot de vakcentrale zijn belang te verkopen aan het huidige SNS Reaal voor in totaal 400 miljoen gulden.
Afgesproken werd dat het bedrijf de overnamesom in termijnen zou voldoen. Op het moment van de nationalisatie stond nog een bedrag van ruim 20 miljoen euro open.
Dat geld is FNV door de onteigening kwijtgeraakt. Volgens de advocaat van de vakcentrale heeft Dijsselbloem geen rekening gehouden met deze bijzondere positie van de FNV.
“De FNV is geen belegger”, aldus de advocaat
Niet nodig
Advocaat ’t Hart stelde namens Hof Hoorneman Bankiers dat de onteigening van de obligatiehouders niet nodig was om de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen. Aangezien een onteigening wettelijk gezien niet verder mag reiken dan nodig is, had de minister er volgens hem niet toe mogen besluiten.
Het argument van Dijsselbloem dat de houders van achtergestelde obligaties bewust risico hebben genomen, is volgens ’t Hart niet relevant. Er was geen noodzaak om ook de obligatiehouders te onteigenen. Het was hooguit politiek wenselijk, ”niet meer dan dat.”
Lakeman
Pieter Lakeman van de Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (Sobi) zei dat Dijsselbloem 4 maanden eerder had moeten ingrijpen bij SNS Reaal.
Hij had honderden, zo niet duizenden beleggers een flinke strop kunnen besparen. “Maar hij had er kennelijk geen trek in”, concludeert Lakeman.
Afstand
Landsadvocaat Eric Daalder zei echter dat de minister alles heeft gedaan om nationalisatie van SNS Reaal te voorkomen, maar was er geen andere weg. Daalder nam afstand van het beeld dat het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank (DNB) over één nacht ijs zijn gegaan.
De landsadvocaat bestreed het beeld dat ”een rapportje uit de la is getrokken” om de onteigening te rechtvaardigen. Het onderzoek naar de waardering van de vastgoedportefeuille van SNS was bovendien ”maar één van de elementen” die tot het onteigeningsbesluit hebben geleid, aldus Daalder.
Hoog tempo
Spaarders namen in de tweede helft van januari in zo’n hoog tempo geld weg bij SNS Reaal, dat zonder overheidsingrijpen de kas mogelijk medio februari leeg was geweest, zo stelde Daalder bovendien.
Daalder verzekerde evenwel dat de al eerder gemelde uitstroom van 2,5 miljard euro in 2 weken tijd, het nettobedrag was. “Gemiddeld komt dit neer op 123 miljoen euro per dag.” SNS had eind januari nog circa 4,5 miljard euro in kas, en dat was volgens de landsadvocaat als de uitstroom in hetzelfde tempo zou zijn doorgegaan medio februari op geweest.
De Raad van State doet maandag 25 februari uitspraak.

