De voorzieningenrechter heeft in kort geding beslist dat een man ook na afloop van het nu geldende verbod vertrouwelijke informatie uit de strafzaken rondom Willem Holleeder niet mag publiceren.
Bij vonnis van 8 april jl. verbood de kortgedingrechter dat de man om verklaringen uit een strafrechtelijk onderzoek te verwijderen en verwijderd te houden. Dit verbod gold voor een periode van 6 maanden. Voorafgaande aan dit kort geding heeft de Staat aan de man gevraagd of hij wilde toezeggen dat hij na afloop van het huidige verbod niet opnieuw zou publiceren. Dat heeft hij toen niet willen toezeggen. Eventueel had hij wel willen toezeggen dat hij de processen-verbaal en andere stukken zelf niet zou publiceren, maar niet dat hij informatie uit die stukken niet zou gebruiken in eigen publicaties. Ook dat laatste vindt de kortgedingrechter ongeoorloofd. Er bestaat dus de mogelijkheid dat hij na afloop van het huidige verbod vertrouwelijke informatie openbaar zal maken. Daarmee is er een concrete dreiging van onrechtmatig handelen, in aanmerking genomen dat hij al eerder heeft gepubliceerd. Er is daarom grond voor verlenging van het verbod, ook al is er op dit moment geen vertrouwelijke informatie door de man gepubliceerd.
Publicatieverbod tot requisitoir
De voorzieningenrechter verbiedt de man daarom vertrouwelijke informatie uit de strafzaken te publiceren zolang de officier van justitie nog niet aan zijn afsluitende strafeis is begonnen in de zaak ‘Vandros’.

