De Raad is van oordeel dat het bezwaarschrift van 16 juli 2004, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van 14 juli 2000, onredelijk laat is ingediend.
De Raad kent daarbij doorslaggevende betekenis toe aan het feit dat het College van B&W betrokkene bij besluit van 4 april 2001 met ingang van 21 maart 2001 een bijstandsuitkering heeft toegekend. Na de ontvangst van dat besluit had betrokkene er op bedacht moeten zijn dat het College mogelijk geen besluit meer zou nemen op de aanvraag van 14 juli 2000 en had hij bij het College moeten aandringen op het nemen van een besluit op die aanvraag.
In elk geval kon betrokkene er niet zonder meer op vertrouwen dat op zijn aanvraag van 14 juli 2000 nog zou worden beslist, toen het College niet uit eigen beweging binnen afzienbare tijd na 4 april 2001 ook een besluit op die aanvraag had genomen. Hij had toen binnen redelijke termijn moeten opkomen tegen het niet beslissen op zijn aanvraag van 14 juli 2000.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, LJ-Nummer: AU4243, Zaaknr: 05/2330 NABW

