De voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft in twee uitspraken van 17 maart 2006 uitgemaakt dat er geen aanleiding bestaat om het de minister van Verkeer en Waterstaat te verbieden om op te treden tegen ondernemingen die groepsvervoer laten verrichten door chauffeurs die niet de daarvoor vereiste chauffeurspas hebben.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
In zijn overwegingen heeft de voorzieningenrechter onder meer belang gehecht aan de omstandigheid dat de minister, daarin gesteund door het parlement, heeft besloten de eis van het bezit van een chauffeurspas te stellen en vanaf 1 januari 2006 te handhaven, zodat geen sprake is van een bijzondere omstandigheid. Het beroep op gewijzigde inzichten bij de betrokken Vaste Commissie van de Tweede Kamer en de in dat verband uitgesproken verwachting dat het beleid c.q. de regels zullen worden aangepast, is verworpen. Er zijn vooralsnog geen aanpassingen aangekondigd, terwijl ter zitting is verklaard dat daartoe ook niet het voornemen bestaat.
Taxiondernemingen waren sedert medio 2004 van de gestelde eis op de hoogte. De indieners van de twee verzoeken om een voorlopige voorziening hebben door respectievelijk een aanzienlijk gedeelte van de in dienst zijnde chauffeurs eerst in het najaar van 2005 het vereiste examen te laten afleggen dan wel in september 2005 nog een chauffeur in dienst te nemen die nog niet beschikte over de chauffeurspas, zelf het risico genomen dat er mogelijk op 1 januari 2006 problemen zouden ontstaan.
College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2006, LJN AV6546, Zaaknr: AWB 06/198
College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2006, LJN AV6547, Zaaknr: AWB 06/212
Wet personenvervoer 2000

