Door nieuwe communicatietechnologieën zoals e-mail, sms en internettelefonie en interceptietechnieken zoals ‘snifferen’, nemen de mogelijkheden van gegevensverzameling door opsporingsdiensten toe. Aanpassing van de wetgeving op dit terrein is nodig, aldus Smits, want er ontstaan schemergebieden. Wetgeving voor afluisterbevoegdheid is aan revisie toe. Smits promoveerde op vrijdag 23 juni 2006.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
| De introductie van internet en mobiele telefonie heeft de mogelijkheden om privacygevoelige informatie te verkrijgen sterk veranderd. Zo is een mobiele telefoon feitelijk een peilbaken waaruit afgeleid kan worden waar iemand zich op een bepaald moment bevindt en verschaft surfgedrag informatie over iemands persoonlijke belangstellingssfeer. Om de vraag te kunnen beantwoorden of onze wetgeving op het terrein van het opsporingsgericht aftappen en verzamelen van verkeersgegevens toegesneden is op deze nieuwe technologieën verdiepte Arno Smits zich grondig in de wetgeving en jurisprudentie. In zijn proefschrift beschrijft hij uitgebreid de ontwikkelingen op het gebied van opsporingsgericht aftappen (‘afluisteren’ door justitie) vanaf de start van de wetgeving (in 1926) tot 2006. Hij doet dit zowel voor Nederlands recht als Amerikaans recht. Conclusie is dat beide rechtssystemen opvallend veel overeenkomsten vertonen, maar op een klein aantal punten wezenlijk verschillen.
Op basis van zijn literatuuronderzoek concludeert Smits dat onze wetgever de oude regels met betrekking tot telecommunicatie vrijwel zonder enige bedenking heeft toegepast op een inmiddels ingrijpend veranderende telecommunicatieomgeving. En dat wringt. Zo is de klassieke scheiding die de wet maakt tussen het aftappen van inhoudelijke communicatiegegevens en het verzamelen van (inhoudloze) verkeersgegevens bij e-mails technisch nauwelijks uitvoerbaar. De onderwerpregel maakt namelijk deel uit van de header met de verkeersgegevens (adresgegevens); de elektronische envelop en briefpapier zijn onlosmakelijk verbonden. Bovendien hebben gegevens in toenemende mate geen vergelijkbare pendant in de klassieke telefonie. Zo biedt http-informatie van surfgedrag meer informatie dan een lijst van gebelde nummers. Een rechercheur kan bijvoorbeeld niet alleen zien dat er contact is geweest met een escortbedrijf, maar ook naar welk type de belangstelling van een verdachte uitgaat en of een bepaalde dame ‘besteld’ is. Maar dit betekent tevens dat de privacy meer in het geding is. Snifferen A.H.H. Smits, Strafvorderlijk onderzoek van telecommunicatie (diss. Tilburg), Oisterwijk: Wolf Legal Publishers 2006 |
Curriculum vitae Mr. A.H.H. (Arno) Smits (1974, Geldrop) studeerde Nederlands recht in Tilburg. In 2000 startte hij het bovenbeschreven dissertatieonderzoek bij de faculteit Rechtsgeleerdheid van de UvT. Eind 2004 werkte hij als projectleider bij E-Grant, een digitale dienstverlener van overheidsinformatie. Halverwege 2005 maakte Smits de overstap naar het Functioneel Parket waar hij belast is met grote fraudezaken. Over de promotie |

