De belastingdienst heeft een beleidsbesluit bekendgemaakt over de heffing van dividendbelasting bij inkoop van eigen aandelen via de effectenbeurs. Onder bepaalde omstandigheden hoeft een beursgenoteerde vennootschap bij inkoop van eigen aandelen geen brutering van 100/85 toe te passen op de dividendbelastinggrondslag (het verschil tussen de inkoopprijs minus het gemiddelde op de aandelen gestorte kapitaal). Dat is het geval als: op het moment van de start van het inkoopprogramma er aandeelhouders zijn die al aandelen in de inkopende beursvennootschap hebben, waarbij deze aandeelhouders de aandelen niet met het oog op de inkoop hebben verworven en evenmin de bedoeling hadden hun aandelen via het zogeheten Second Trading Line te verkopen. In de overige gevallen moet een inkopende beursvennootschap wel overgaan tot brutering van de dividendbelastinggrondslag en daarover dividendbelasting afdragen.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Bij inkoop van eigen aandelen is de inkopende vennootschap in beginsel 15% dividendbelasting verschuldigd over het verschil tussen de inkoopprijs en het gemiddelde op de desbetreffende aandelen gestorte kapitaal. Dit geldt ook bij inkoop van eigen aandelen via de effectenbeurs (Euronext). Bij beursgenoteerde vennootschappen zijn de aandeelhouders niet bekend en moet de inkopende vennootschap de dividendbelasting voor haar rekening te nemen. Volgens een wettelijke bepaling vindt voor het berekenen van de dividendbelasting in beginsel een brutering van de opbrengst plaats met de factor 100/85. Over de gebruteerde opbrengst vindt vervolgens heffing van dividendbelasting plaats. Brutering is overigens niet aan de orde als in een concrete situatie de wettelijke faciliteit voor de inkoop van aandelen van toepassing is, waardoor inhouding van dividendbelasting achterwege mag blijven.
Aangezien brutering bij inkoop van eigen aandelen fiscaal nadelig is, zoeken beursvennootschappen naar mogelijkheden om dit te vermijden onder meer via de zogeheten Forward Purchase Agreement (FPA) en de Second Trading Line (STL). Centraal bij de FPA en de STL staat dat beursgenoteerde vennootschappen eigen aandelen inkopen van hen bekende aandeelhouders. De belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën aangegeven of bij een FPA of en STL de brutering aan de orde komt en of de dividendbelasting verrekenbaar is met verschuldigde vennootschapsbelasting dan wel recht op teruggaaf bestaat.
Forward Purchase Agreement (FPA )
Een FPA is een overeenkomst tussen een inkopende beursvennootschap en een derde partij (veelal een financiële instelling) waarbij deze derde partij aandelen van de inkopende beursvennootschap via de beurs verwerft en deze doorlevert aan de inkopende beursvennootschap. In de FPA worden onder andere afspraken gemaakt over de hoeveelheid, het tempo of de prijs van de af te nemen aandelen ter inkoop.
Volgens de staatssecretaris is feitelijk sprake van het op indirecte wijze inkopen van eigen aandelen op de beurs van onbekende aandeelhouders en is de brutering toch van toepassing. De tussengeschoven derde partij geldt daarbij niet als de (uiteindelijk) gerechtigde van de opbrengst van de aandelen en kan de dividendbelasting niet verrekenen met de vennootschapsbelasting en heeft evenmin recht op teruggaaf van dividendbelasting.
Second Trading Line (STL)
Bij de STL bestaat naast de gewone handel in aandelen van de beursvennootschap een tweede aandelennotering van hetzelfde soort aandeel bij Euronext. Via de tweede aandelennotering kunnen aandeelhouders, die zich aan de inkopende vennootschap bekendmaken, tegen bepaalde voorwaarden hun aandelen ter inkoop aanbieden. De inkoop wordt gewoonlijk begeleid door een financiële instelling.
De staatssecretaris maakt bij de STL onderscheid naar twee situaties.
1. Op het moment van de start van het inkoopprogramma zijn er aandeelhouders die al aandelen in de inkopende beursvennootschap hebben. Deze aandeelhouders hebben de aandelen niet met het oog op de inkoop verworven en hebben daarbij evenmin de bedoeling gehad om de aandelen via de STL te verkopen. In deze omstandigheden mag brutering achterwege blijven en hebben de verkopende aandeelhouders recht op verrekening van de dividendbelasting met verschuldigde vennootschapsbelasting dan wel recht op teruggaaf.
De staatssecretaris vindt het daarbij niet bezwaarlijk dat de aandeelhouders via de beurs zijn oorspronkelijke positie in de inkopende vennootschap (d.w.z. op het tijdstip van de start van het inkoopprogramma) weer opbouwen, als zij de nieuw verworven aandelen niet opnieuw via de STL aanbieden.
2. Een derde partij vergaart via de beurs aandelen in een inkopende beursvennootschap met de bedoeling deze aandelen vervolgens via de STL aan te bieden. De staatssecretaris verbindt in deze situatie dezelfde fiscale gevolgen als bij de eerdergenoemde FPA.
Het besluit treedt in werking op de tweede dag na de dagtekening van het Staatscourant waarin het is geplaatst en werkt terug tot en met 11 mei 2007.

