Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij   Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Juridica.nl | JBMatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Rechtennieuws.nl

Rechtennieuws.nl

Uw dagelijkse relevante juridische nieuws

Search
  • Nieuws
    • Nieuws
    • Archief
  • Artikelen
  • Opleidingen
  • Juridische vacatures
  • Nieuwsbrief

0

Boekwaarde op openingsbalans van ter beschikking gesteld pand mocht worden gesteld op WOZ-waarde plus 20%

Geplaatst op 8 sep 2008 om 08:45 door Redactie

Hof Amsterdam heeft de uitspraak van Rechtbank Haarlem bevestigd over de vaststelling van de boekwaarde van een aan de ‘eigen bv’ verhuurd pand. De verhuur dateerde al van vóór 1 januari 2001, de datum waarop de huidige Wet inkomstenbelasting 2001 in werking trad. Het verhuurde pand viel daarom vanaf 1 januari 2001 onder de terbeschikkingstellingsregeling. Op 1 januari 2001 moest op de openingsbalans uit hoofde van de terbeschikkingstellingsregeling een boekwaarde aan het pand worden toegekend. Deze boekwaarde moest gelijk zijn aan de waarde in het economische verkeer van het pand op 1 januari 2001. De rechtbank kwam na afweging van alle feiten en omstandigheden tot de slotsom dat de waarderingsregel uit een ministerieel besluit uit 2001 soelaas bood. De waarderingsregel luidde: WOZ-waarde op waardepeildatum 1 januari 1999 plus 20%.

» Vergelijk internet, digitale tv en bellen «advertorial
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!

Indien u een pand verhuurt aan een bv waarin u of een met u verbonden persoon (echtgenoot, partner e.d.) een aanmerkelijk belang houdt, dan zijn de huuropbrengsten van het pand op grond van de zogeheten terbeschikkingstellingsregeling belast. De huurinkomsten zijn progressief (tot maximaal 52%) belast in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Daar staat tegenover dat de kosten van het verhuurde pand, zoals afschrijvings- en rentelasten, aftrekbaar zijn. Voor resultaat uit overige werkzaamheden is een deel van de bepalingen die gelden voor winst uit onderneming ook van toepassing. Zo moet u voor de berekening van het resultaat uit overige werkzaamheden jaarlijks een balans en verlies- en winstrekening opstellen.

De terbeschikkingstellingsregeling is met de invoering van de huidige Wet inkomstenbelasting 2001 per 1 januari 2001 in werking getreden. Indien u het pand al vóór 1 januari 2001 aan de bv verhuurde, dan moest u het pand op de openingsbalans op 1 januari 2001 waarderen naar de waarde in het economische verkeer (hierna: wev) op die datum. Het vaststellen van de waarde in het economische verkeer van het pand kan aanleiding geven tot discussies met de inspecteur. Dat hoeft niet alleen het geval zijn bij de aanslagregeling over 2001 maar ook als u (een deel van) het pand in een later jaar verkoopt en de boekwinst op het pand als resultaat uit overige werkzaamheden wordt belast. Illustratief hierbij is een uitspraak van Hof Amsterdam. De zaak was vereenvoudigd weergegeven als volgt.

Een man had op 2 mei 1994 tezamen met twee compagnons een pand gekocht. Ieder was voor eenderde deel eigenaar. Zij kwamen met betrekking tot het pand onderling een aanbiedingsverplichting overeen. Deze hield in dat als een van de compagnons zijn aandeel in het pand zou willen verkopen, hij zijn aandeel eerst aan de andere compagnons moest aanbieden. Per dezelfde datum verhuurden zij het pand aan een bv waarin zij allen individueel een indirect aanmerkelijk belang hielden. Tussen december 2000 en mei 2003 hadden drie makelaars/taxateurs het pand getaxeerd naar taxatiedata op of rond 1 januari 2001. De taxaties varieerden tussen € 358.486 en € 435.000.

In verband met de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 stelde de man een persoonlijke openingsbalans op waarin hij zijn onverdeeld aandeel in het pand waardeerde op € 145.000. Op 14 maart 2001 verkocht een compagnon zijn aandeel in het pand aan de man en de andere compagnon voor € 119.495, waardoor de man vanaf die datum voor de helft eigenaar was van het pand. Op 20 november 2002 werd het pand verkocht voor € 500.000.

Bij de aanslagregeling over 2002 verhoogde de inspecteur de aangegeven boekwinst op het pand met het verschil tussen € 145.000 en € 119.495. De zaak kwam voor Rechtbank Haarlem. Deze moest een oordeel geven over de waarde van het pand op de openingsbalans per 1 januari 2001.

De rechtbank stelde vast dat de op 14 maart 2001 overeengekomen verkoopprijs minder geschikt was voor de vaststelling van de wev. De verkopende mede-eigenaar was kort voor de verkoop ernstig ziek verklaard en had naast zijn aandeel in het pand ook zijn aandeel in de bv verkocht. Over de taxatierapporten merkte de rechtbank op dat deze waren opgesteld door een taxateur en dat in beginsel aan elk taxatierapport dezelfde betekenis moest worden toegekend. Nu de taxateurs aan het pand uiteenlopende wev’s hadden toegekend, waren de rapporten volgens de rechtbank niet geschikt ter ondersteuning voor de vaststelling van de wev. De rechtbank kwam tot het oordeel dat de inspecteur niet voldoende had onderbouwd dat de wev op € 119.495 moest worden gesteld.

De rechtbank nam vervolgens een besluit van de staatssecretaris van Financiën van 9 maart 2001 in aanmerking. Daarin had de staatssecretaris onder het stellen van enige voorwaarden een goedkeuring opgenomen voor het vaststellen van de wev van een pand op de openingsbalans per 1 januari 2001. De wev mocht worden gesteld op de WOZ-waarde per waardepeildatum van 1 januari 1999 verhoogd met 20%. (Destijds gold de WOZ waarde per 1 januari 1999 voor het WOZ-tijdvak van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004. Sinds 1 januari 2008 wordt de WOZ-waarde jaarlijks vastgesteld naar een waardepeildatum dat een jaar vóór aanvang het WOZ-tijdvak is gelegen; de waardepeildatum voor het WOZ-tijdvak 2008 – kalenderjaar 2008 – is aldus 1 januari 2007.) De rechtbank was van oordeel dat deze waarderingsregel als uitgangspunt mocht dienen voor de vaststelling van de wev van het pand op 1 januari 2001. Daar speelde mee dat de staatssecretaris had aangegeven dat het besluit niet beperkt moest worden toegepast. Toepassing van het besluit leidde ertoe dat de wev van het pand op de openingsbalans op € 134.863 mocht worden gesteld. De rechtbank kwam tot de slotsom dat de inspecteur het resultaat tot uit een werkzaamheid tot een te hoog bedrag had gecorrigeerd. De juiste correctie was € 10.137 (€ 145.000 -/- € 134.863).

De inspecteur ging vervolgens in hoger beroep bij Hof Amsterdam. Hij stelde dat de man op zijn openingsbalans op 1 januari 2001 een passiefpost vanwege zijn voorwaardelijke aanbiedingsverplichting van het pand moest opnemen. Deze verplichting drukte volgens de inspecteur de wev van het pand met € 4.612 (hetgeen het te belasten verkoopresultaat op het pand met hetzelfde bedrag zou verhogen). Het hof wees dat af. Niet viel in te zien dat op de balans alleen rekening moest worden gehouden met de aanbiedingsverplichting van de man en niet met die van de mede-eigenaren. Het hof stelde de inspecteur daarom in het ongelijk. Het hof bevestigde vervolgens de uitspraak van de rechtbank.

Rubriek: Fiscaal recht

Gerelateerde rechtspraak:
Hof Amsterdam 02-04-2008, LJN BD4333
Vorige
Organisaties van openbaar belang moeten auditcommissie instellen
Volgende
Familierelatie met rechtsbijstandverlener op zich geen belemmering voor recht op proceskostenvergoeding
Bliss Hypotheekadviseurs
Vergelijk internet, digitale tv en bellen
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Juridische vacatures

Colofon

Uitgeverij
Rechtenmedia

Contact Hoofdredactie
info@rechtenmedia.nl

Ontwikkeling en technische realisatie
Blue Horizon
Piscator.nu
  • Nieuws
    • Nieuws
    • Archief
  • Artikelen
  • Opleidingen
  • Juridische vacatures
  • Nieuwsbrief
Copyright © 2026 Rechtenmedia B.V. - Alle rechten voorbehouden.