Artikel 2, eerste lid, van de Wvg bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders zorg draagt voor de verlening van – onder meer – rolstoelen ten behoeve van de deelneming aan het maatschappelijk verkeer van de in de gemeente woonachtige gehandicapten. Ingevolge artikel 3 van de Wvg dienen deze voorzieningen verantwoord, dat wil zeggen doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht, te zijn.
Ingevolge artikel 1.2, eerste lid, onderdeel c, van de Verordening kan een voorziening slechts worden toegekend voor zover deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Met betrekking tot de vraag of het College de sta-op rolstoel terecht heeft afgewezen op de grond dat met de reeds verstrekte (reguliere) rolstoel een adequate voorziening aan J. is geboden, overweegt de Raad het volgende.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is voor de Raad voldoende komen vast te staan dat de ten behoeve van J. gevraagde sta-op rolstoel haar niet alleen de mogelijkheid biedt om zich zittend in en om de woning te verplaatsen, maar ook om haar zelfstandigheid in en om het huis te vergroten doordat zij met deze voorziening in staat is zonder hulp van derden in het maatschappelijk verkeer zelfstandig activiteiten te verrichten. Het gaat hierbij om activiteiten in het kader van de deelname aan het leven van alledag, die naar het oordeel van de Raad tot de zorgplicht van de gemeente als bedoeld in de Wvg dienen te worden gerekend.
Reeds op grond van het feit dat de vele soorten activiteiten die met een sta-op functie mogelijk zijn niet met de huidige (reguliere) rolstoel van J. kunnen worden verricht, moet worden geconcludeerd dat deze laatste rolstoel voor haar niet als een adequate voorziening kan worden aangemerkt. (…) dat de ziektekostenverzekeraar te kennen heeft gegeven niet aan de financiering van een sta-op rolstoel te willen bijdragen kan aan het vorenstaande niet afdoen.

