Rechtbank Arnhem heeft in een feitelijke procedure beslist dat een bv een afschrijvingsfout met betrekking tot een verhuurd bedrijfspand mocht herstellen. In 1992 was de bv overgestapt op een ander stelsel van afschrijvingen.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Met ingang van boekjaar 1993 liet zij haar jaarrekening en belastingaangifte door een andere adviseur verzorgen. Door een misverstand tussen de oude en nieuwe adviseur bleef de afschrijving op het pand over de jaren 1993 tot en met 2001 achterwege. De fout werd ontdekt en de bv wilde de achterstallige afschrijving in een keer ten laste van het resultaat over 2002 brengen. De inspecteur weigerde dat en stelde dat sprake was van een stelselwijziging.
De rechtbank liep de feiten na en concludeerde dat sprake was van een afschrijvingsfout waarop de foutenleer van toepassing is. De rechtbank wees daarbij op een arrest van de Hoge Raad uit 2000. In geval van een afschrijvingsfout is niet meer relevant of sprake is van een stelselwijziging. Op basis van de foutenleer mocht de bv de achterstallige afschrijvingen alsnog ten laste van het oudste openstaande jaar (2002) brengen.
Fouten in de belastingheffing kunnen op diverse wijzen worden hersteld. Zo kan een inspecteur een navorderingsaanslag opleggen of een reeds opgelegde aanslag ambtshalve verminderen. Ook een belastingplichtige kan meewerken om een gemaakte fout ongedaan te maken door vrijwillig alsnog belasting te betalen (gewetensgeld) die onder normale omstandigheden zou zijn betaald.
Naast deze methoden kan ook op basis van de foutenleer een fout worden hersteld. De foutenleer komt in beginsel pas in beeld als de inspecteur of de belastingplichtige niet bereid is om de fout via een van die andere methoden te herstellen. Bij toepassing van de foutenleer wordt de fout in principe hersteld in het oudste jaar waarvan de belastingaanslag nog moet worden opgelegd of al wel is opgelegd maar nog niet definitief vaststaat. Stel, een ondernemer ontdekt in 1998 een fout die zijn oorzaak vindt in 1992. De aanslagen 1995, 1996 en 1997 moeten nog worden opgelegd. Op basis van de foutenleer kan de fout in 1995, het oudste ‘openstaande’ jaar, worden hersteld.
De Hoge Raad had in zijn beslissingen tot zijn arrest van 25 juli 2000 de lijn aangehouden dat de foutenleer niet kon worden toegepast op afschrijvingsfouten, fouten in de opbouw van pensioenvoorzieningen en kostenegalisatiereserve. De reden hiervan was dat de toerekening van de afschrijvingen aan andere jaren zou plaatsvinden dan die waarop zij betrekking hadden. Dit gevolg is in strijd is met een juiste jaarwinstbepaling (goed koopmansgebruik). Deze lijn heeft de Hoge Raad in eerdergenoemd arrest doorbroken en de Hoge Raad staat dus toe dat de foutenleer ook kan worden toegepast op afschrijvingen.
Rechtbank Arnhem heeft onlangs in een feitelijke procedure een uitspraak gedaan die geheel in lijn ligt van het arrest van de Hoge Raad. In de uitspraak kwamen overigens meer geschilpunten aan de orde, maar deze zijn fiscaalinhoudelijk van minder belang. Wat betreft de afschrijvingen was de zaak verkort weergegeven als volgt.
Een bv was met ingang van boekjaar 1992 overgestapt op een ander stelsel van afschrijvingen en liet met ingang van boekjaar 1993 haar jaarrekening en belastingaangifte door een andere adviseur verzorgen. Door een misverstand tussen de oude en nieuwe adviseur bleef de afschrijving op het verhuurde bedrijfspand over de jaren 1993 tot en met 2001 achterwege. De fout werd ontdekt en de bv wilde de achterstallige afschrijvingen in een keer ten laste van het resultaat over 2002 brengen. De inspecteur weigerde dat en stelde dat sprake was van een stelselwijziging.
De rechtbank stelde voorop dat voorafgaande aan de vraag of sprake is van een stelselwijziging, eerst de vraag moet worden beantwoord of niet afschrijven op een onroerende zaak is strijd is met de wet en goed koopmansgebruik. Is dat het geval, dan is sprake van een afschrijvingsfout waarop de foutenleer van toepassing is en is de vraag of sprake is van een stelselwijziging niet meer relevant. De rechtbank wees daarbij op het arrest van 25 juli 2000.
De rechtbank liep de feiten na en stelde vast dat er, rekening houdend met de restwaarde van de opstallen (nihil) en de grond (getaxeerd door een taxateur), ruimte was voor afschrijving op het pand. De rechtbank vond dat de inspecteur ook overigens niet aannemelijk had weten te maken dat de bv met het achterwege laten van de afschrijvingen in overeenstemming had gehandeld met de wet en goed koopmansgebruik. De rechtbank concludeerde daarop dat sprake was van een afschrijvingsfout waarop de foutenleer van toepassing was. De vraag of sprake was van een stelselwijziging was niet relevant meer. Op basis van de foutenleer mocht de bv de achterstallige afschrijvingen ten laste van het oudste openstaande jaar (2002) brengen.
Opmerking
Door een wetswijziging per 1 januari 2007 is er een wettelijke afschrijvingsbeperking voor beleggingsvastgoed gekomen. Daarop mag niet verder worden afgeschreven dan tot de WOZ-waarde. Op onroerende zaken die in de onderneming zelf in gebruik zijn, mag met ingang van 2007 niet verder worden afgeschreven dan tot 50% van de WOZ-waarde. Deze afschrijvingslimieten worden ook wel de bodemwaardes genoemd.

