Een ondernemer die een onderneming staakt, moet afrekenen over de stakingswinst. De Hoge Raad heeft onlangs in twee procedures geoordeeld over de vraag of de verplaatsing van een onderneming naar Duitsland een staking van de onderneming inhield. In beide gevallen ging het om een melkveehouderij die (deels) werd verplaatst naar Duitsland.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De inspecteurs in beide zaken stelden dat de ondernemers onterecht gebruik hadden gemaakt van fiscale faciliteiten. De Hoge Raad stelde voorop dat de verplaatsing door een ondernemer van zijn bedrijfsuitoefening niet leidt tot staking van zijn onderneming, indien de identiteit van de onderneming, ondanks de verplaatsing van die onderneming, wezenlijk dezelfde is gebleven. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van factoren die tezamen en in onderling verband beschouwd de identiteit van de desbetreffende onderneming bepalen.
De Hoge Raad gaf daarbij een aantal voorbeelden van relevante factoren die voor agrarische ondernemingen een rol spelen. De Hoge Raad heeft Hof Amsterdam de opdracht gegeven om aan de hand van deze relevante factoren te oordelen of de identiteit van de ondernemingen in de onderhavige zaken wezenlijk dezelfde is gebleven.
Een ondernemer die een onderneming staakt, moet afrekenen over de stakingswinst. Daarbij kan de ondernemer nog wel aanspraak maken op een stakingsaftrek van maximaal € 3.630 (jaar 2010). Daarnaast bestaat de mogelijkheid om onder voorwaarden de stakingswinst tot een bepaald maximumbedrag om te zetten in een lijfrente. Wat wordt verstaan onder staking van een onderneming, is niet terug te vinden in de wet. Onlangs heeft de Hoge Raad in twee procedures geoordeeld over de vraag of de verplaatsing van een onderneming naar Duitsland een staking van de onderneming inhield.
Het ging in beide gevallen om een melkveehouderij die (deels) werd verplaatst naar Duitsland. In het ene geval verkocht een echtpaar in 2004 een deel van het melkquotum en werd de hiermee behaalde boekwinst opgenomen in een herinvesteringsreserve. In 2005 werd het resterende melkquotum verkocht, evenals bijna alle onroerende zaken, en vertrok het echtpaar naar Duitsland waar zij opnieuw een melkveehouderij gingen exploiteren. De andere zaak betrof een onderneming (eenmanszaak) die eind 1999 was ingebracht in een bv, met toepassing van de fiscale faciliteit van geruisloze omzetting. Begin 2000 verkocht de eigenaar de onroerende zaken en in oktober van dat jaar kocht hij een melkveehouderij in Duitsland. Medio 2004 zijn de (nog geringe) activiteiten in Nederland beëindigd.
De inspecteurs in beide zaken stelden dat de ondernemers onterecht gebruik hadden gemaakt van fiscale faciliteiten. In het eerste geval ging het om de toepassing van de herinvesteringsreserve, die in het onderhavige jaar (2004) niet kon worden gevormd voor stakingswinst. In het andere geval betrof het de fiscaal geruisloze omzetting in een bv, die niet is toegestaan indien de omzetting deel uitmaakt van een geheel van rechtshandelingen dat is gericht op staking van de onderneming.
De Hoge Raad stelde in beide zaken voorop dat de verplaatsing door een ondernemer van zijn bedrijfsuitoefening niet leidt tot staking van zijn onderneming, indien de identiteit van de onderneming, ondanks de verplaatsing van die onderneming, wezenlijk dezelfde is gebleven. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de factoren die tezamen en in hun onderlinge verband beschouwd de identiteit van de desbetreffende onderneming bepalen. De Hoge Raad gaf voor agrarische ondernemingen een aantal voorbeelden van dergelijke relevante factoren:
- de aard van het vervaardigde product;
- de productiewijze en de productiemiddelen (bijvoorbeeld de grondoppervlakte, de benodigde stallen, de levende have, het opleidingsniveau van de werknemers, de mate van automatisering e.d.);
- het wettelijk kader dat geldt voor de bedrijfsuitoefening (bijvoorbeeld de melkquota, de mestquota en de milieu- en gezondheidsvoorschriften);
- de mate waarin het wettelijk kader wordt gehandhaafd; en
- de relevante marktomstandigheden voor onder meer de inkoop van veevoer en de afzet van het product.
Of de identiteit van de ondernemingen in beide zaken, ondanks de verplaatsing van die ondernemingen, wezenlijk dezelfde is gebleven, moet volgens de Hoge Raad door Hof Amsterdam worden beoordeeld. Het hof zal daarbij de relevante factoren die de Hoge Raad heeft genoemd, in acht moeten nemen.
Opmerkingen
Overigens is het vanaf 1 januari 2008 mogelijk om (onder voorwaarden) stakingswinst en een herinvesteringsreserve door te schuiven naar een andere onderneming. Deze doorschuifmogelijkheid kan worden toegepast bij de start van zowel een gelijksoortige als een andersoortige onderneming. De onderhavige zaken hadden echter betrekking op belastingjaren vóór de inwerkingtreding van deze bepaling, waardoor hierop nog geen beroep kon worden gedaan.
Hoewel de ondernemers een tweede kans krijgen voor een gunstige afloop van hun zaak, kunnen zij nog wel te maken krijgen met belastbare eindafrekeningswinst, omdat zij vermogensbestanddelen hebben overgebracht naar het buitenland. Daarbij moet worden opgemerkt dat de Europese Commissie de wettelijke bepalingen over eindafrekeningswinst in strijd acht met Europees recht. Kortom, over deze zaken is het laatste woord nog niet gezegd.

