Een man en een vrouw uit Heeze moeten sloopmateriaal, pallets en een transportband weghalen die ze plaatsten voor een advocatenkantoor in Budel. Doen ze dat niet, dan verbeuren zij een dwangsom van 5000 euro per dag. Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch 12 mei 2010 geoordeeld.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De man was bestuurder van een BV waarvan in 2007 het faillissement is uitgesproken. Een van de advocaten van het kantoor in Budel is tot curator benoemd in dat faillissement. De man en de vrouw zijn betrokken bij veertien vennootschappen die sinds 2002 in staat van faillissement zijn geraakt. Er is een geschil met de curator ontstaan over onder meer een transportband en huurpenningen en in die bodemprocedure staat bij de rechtbank een comparitie gepland op 16 september 2010.
Op 30 april jl. werd een transportband aangetroffen op de oprit van het advocatenkantoor en op 4 mei 2010 werden vijf pallets op de stoep gezet. De twee dagen erna plaatste de man sloopmateriaal in de tuin en bij het kantoor. Het advocatenkantoor stapte naar de voorzieningenrechter en vroeg de rechtbank de failliete ondernemers te gebieden de transportband, de pallets en het sloopmateriaal te verwijderen en te verbieden die goederen binnen een straal van honderd meter te plaatsen.
Het advocatenkantoor geeft aan er hinder van te ondervinden, dat het een negatieve uitstraling op het kantoor heeft, dat het pand beperkt toegankelijk is en dat de openbare weg wordt geblokkeerd. De failliete ondernemer geeft onder meer aan te hebben willen voldoen aan de door de curator gevraagde afgifte van de goederen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vraag wie verantwoordelijk is voor de betrokken materialen door de bodemrechter moet worden beantwoord. Bij eventuele acute problemen met betrekking tot de materialen zouden de man en vrouw zo nodig een voorziening kunnen vragen in plaats van het recht in eigen hand te nemen.

