De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat een energiebedrijf de btw die stond vermeld op de aan haar afnemers verzonden jaarafrekeningen, niet was verschuldigd. De Hoge Raad is van oordeel dat de jaarafrekening slechts een specificatie is van de in de betreffende periode geleverde energie.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De jaarafrekening moet worden gezien als een herberekening van de eerder periodiek in rekening gebrachte bedragen. Het totale bedrag aan btw dat op de jaarafrekening staat, is het bedrag dat in de loop van de periode van de afnemer is ontvangen en dat het energiebedrijf op aangifte heeft voldaan. Dit bedrag is dus niet een bedrag aan btw dat op de jaarafrekening aan de afnemer in rekening wordt gebracht. In zoverre is dus geen sprake van op een factuur vermelde btw die vanwege de vermelding verschuldigd is geworden. Het bedrag aan btw op de jaarafrekening dat nog niet in rekening was gebracht aan de afnemer (vanwege bijbetaling), is evenmin zodanige btw. In dat geval gaat het om nog niet eerder in rekening gebrachte btw over een levering van goederen. De Hoge Raad vernietigde daarop de aan het energiebedrijf opgelegde naheffingsaanslag.
De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een energiebedrijf (NUON) btw is verschuldigd die staat vermeld op een aan een afnemer verzonden jaarafrekening.
De procedure betrof NUON die in de jaren 2001 en 2002 voor de leveringen van energie maandelijks zogenoemde ‘voorschotbedragen’ aan haar afnemers had berekend. Dat gebeurde door middel van zogeheten optisch leesbare acceptgiro’s (hierna: OLA’s), of door middel van automatische incasso’s (hierna: AI’s) waarop onder meer bedragen aan btw waren vermeld. NUON had de op de OLA’s en AI’s vermelde btw op aangifte voldaan. Eens per jaar verstrekte NUON haar afnemers een eindafrekening (hierna: jaarafrekening). Op de eerste bladzijde van de (voorbeeld-) jaarafrekening staat een btw-bedrag vermeld. Dat bedrag is het verschil tussen de in het overzicht vermelde bedragen ‘inclusief btw’ en ‘exclusief btw’ en betreft de btw ter zake van de over de afgelopen twaalfmaandsperiode geleverde energie. De bij de termijnafrekeningen (de OLA’s en de AI’s) reeds berekende en voldane btw is daarop niet in mindering gebracht. Het stond vast dat NUON de btw niet tweemaal van haar afnemers heeft ontvangen. Naar aanleiding van een bij NUON ingesteld boekenonderzoek stelde de inspecteur zich op het standpunt dat NUON de op de jaarafrekeningen vermelde btw verschuldigd is geworden, omdat deze btw op een factuur is vermeld. Hij legde NUON vervolgens een naheffingsaanslag omzetbelasting op over het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2002 met boete. NUON was het daarmee niet eens en legde de zaak in sprongcassatie voor aan de Hoge Raad.
De Hoge Raad is van oordeel dat de jaarafrekening een specificatie is van de in de betreffende periode geleverde energie. De jaarafrekening moet worden gezien als een herberekening van de eerder periodiek in rekening gebrachte bedragen. Het totale bedrag aan btw dat op de jaarafrekening staat, is het bedrag dat in de loop van de periode van de afnemer is ontvangen en dat het energiebedrijf op aangifte heeft voldaan. Dit bedrag is dus niet een bedrag aan btw dat op de jaarafrekening aan de afnemer in rekening wordt gebracht. In zoverre is dus geen sprake van op een factuur vermelde btw die daardoor wettelijk verschuldigd is geworden. Het bedrag aan btw op de jaarafrekening dat nog niet in rekening was gebracht aan de afnemer (vanwege bijbetaling), is evenmin zodanige btw. In dat geval gaat het om btw over een levering van goederen. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag.
Opmerkingen
In haar conclusie bij deze zaak (Conclusie Advocaat-Generaal van 22 juni 2009 viel het A-G Van Hilten op dat de OLA’s en AI’s van NUON niet alleen niet voldoen aan de wettelijke factuureisen, maar dat evenmin is voldaan aan de voorwaarden om deze op basis van de goedkeurende regeling van de Toelichting administratieve verplichtingen of op basis van de resolutie van 25 januari 1983, als factuur te kunnen aanmerken.
De consequentie hiervan is wat Van Hilten betreft dat de afnemers van NUON ten onrechte de op de OLA’s en AI’s vermelde btw in aftrek hebben gebracht. Zij beschikten immers niet, zoals vereist op grond de Wet, over een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur.
De Toelichting administratieve verplichtingen en de resolutie van 25 januari 1983, zijn inmiddels opgenomen in het Besluit over verplichtingen inzake administratie en facturering van 12 februari 2009. Uit dit besluit blijkt dat ook de staatssecretaris van mening is dat in gevallen waarin op de voorschotnota’s het verschuldigde btw-bedrag niet expliciet is vermeld, de afnemer die de aan hem in rekening gebrachte btw in aftrek wil brengen, om een (nieuwe,) juiste factuur moet vragen. Dit lijkt door dit arrest niet anders te zijn geworden. Overigens zou je uit de geciteerde paragraaf kunnen lezen dat het vermelden van het btw-bedrag voldoende is om tot aftrek te komen; vermelding van de (exacte) hoeveelheid geleverde goederen i s immers niet mogelijk. De goedkeuring geldt ook voor betaling door middel van automatische giro of overschrijving per bank.

