De Hoge Raad heeft de klacht van het Openbaar Ministerie over vrijspraak van de verdachte die werd vervolgd wegens bedreiging van een politicus met enig misdrijf tegen het leven gericht, verworpen met een verkorte motivering (onder toepassing van artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Hiermee is de vrijspraak van de verdachte door het hof ’s-Gravenhage definitief geworden.
Achtergrond
De verdachte werd vervolgd omdat hij op openbare wegen gedenkplaatsen had opgericht door middel van bloemen, kaarsen, knuffelbeesten en foto’s van de politicus, als ware hij om het leven gekomen. De politicus voelde zich daardoor bedreigd en heeft aangifte tegen de verdachte gedaan.
De verdachte is zowel door de rechtbank Rotterdam (17 augustus 2007, LJN BB1962) als door het gerechthof ’s Gravenhage (4 juni 2008, LJN BD3043) vrijgesproken. Het hof oordeelde dat de uitstallingen weliswaar konden worden geassocieerd met verkeersslachtoffers en dus met de dood, maar dat ze niet gepaard gingen met enige aankondiging van een ophanden zijnd overlijden van de politicus en van enige verwijzing naar hoe of wanneer dat teweeg zou worden gebracht. Het hof achtte niet bewezen dat de verdachte de politicus wilde bedreigen De verdachte had verklaard de uitstallingen te zien als een kunstwerk dat oproept tot een debat over de wijze waarop heden ten dage politiek wordt bedreven.
Het Openbaar Ministerie heeft tegen die vrijspraak cassatieberoep bij de Hoge Raad ingesteld.
Als advocaat voor de verdachte treedt op mr. J.P. Plasman.
Advocaat-generaal mr. Knigge heeft op 15 juni 2010 in zijn conclusie de Hoge Raad geadviseerd de door het Openbaar Ministerie ingediende klacht te verwerpen.
Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Hoge Raad van 21 september 2010. Bij verschil tussen deze samenvatting en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

