Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën Kamervragen beantwoord over giftenaftrek voor vrijwilligers die afzien van vrijwilligersvergoeding. Hij deelt mee dat voor de beoordeling van de vraag of deze vrijwilligers recht hebben op giftenaftrek het van belang is onderscheid te maken tussen (1) het afzien van een vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten en (2) het afzien van een vrijwilligersvergoeding die niet is gebaseerd op werkelijk gemaakte kosten. Wat de eerste situatie betreft, is giftenaftrek mogelijk als de vrijwilliger kosten met succes bij de betreffende algemeen nut beogende instelling (ANBI) zou kunnen declareren maar daarvan vrijwillig afziet. In de tweede situatie gaat het om ANBI’s die de inzet van de vrijwilliger willen belonen door de vrijwilliger een vermeend recht op giftenaftrek te bezorgen met behulp van een ‘vrijwilligersverklaring’. De beloning bestaat dan uit de belastingteruggave. Het recht op giftenaftrek kan volgens de staatssecretaris echter niet louter voortvloeien uit een verklaring van de ANBI, maar is afhankelijk van het voldoen aan de daarvoor geldende fiscale voorwaarden.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Vrijwilligers kunnen vergoedingen van een ANBI ontvangen, die onder voorwaarden vrij van belasting en premies sociale verzekeringen zijn. Als een vrijwilliger daarvan afziet, dan komt hij onder voorwaarden in aanmerking voor de giftenaftrek. In de praktijk verstrekken ANBI’s daartoe een ‘vrijwilligersverklaring’ aan de betrokkene, maar belastinginspecteurs blijken met exact dezelfde verklaringen verschillend om te gaan. Dit vormde de aanleiding tot het stellen van Kamervragen, die de staatssecretaris onlangs heeft beantwoord.
De staatssecretaris merkt allereerst op dat het recht op giftenaftrek niet louter kan voortvloeien uit een verklaring van de ANBI, maar afhankelijk is van het voldoen aan de daarvoor geldende fiscale voorwaarden. Nu de giftenaftrek een overwegend feitelijke beoordeling vergt, verklaart dit waarom inspecteurs verschillend omgaan met gelijkluidende verklaringen. Voor de beoordeling van de vraag of een vrijwilliger recht heeft op giftenaftrek is het van belang onderscheid te maken tussen (1) het afzien van een vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten en (2) het afzien van een vrijwilligersvergoeding die niet is gebaseerd op werkelijk gemaakte kosten.
Ad (1). Giftenaftrek is mogelijk als de vrijwilliger kosten met succes bij de ANBI zou kunnen declareren maar daarvan vrijwillig afziet. Dit geldt ook als het gaat om kosten die naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen behoren te worden vergoed maar waarvoor geen vergoedingsregeling is getroffen door de slechte financiële positie van de instelling of waarbij de belastingplichtige bij voorbaat van vergoeding heeft afgezien. Bij deze naar maatschappelijke opvattingen te vergoeden kosten valt te denken aan kosten van vervoer van de vrijwilliger.
Ad (2). Het gaat hier om ANBI’s die de inzet van de vrijwilliger willen belonen en die dat menen te bereiken door de vrijwilliger een giftenaftrek te bezorgen met behulp van een ‘vrijwilligersverklaring’. De beloning bestaat dan uit de belastingteruggave. In de verklaring van sommige ANBI’s staat echter dat de vrijwilliger zelfs het behaalde belastingvoordeel moet afstaan aan de ANBI. De Belastingdienst dient steeds de financiële en de kennelijke bedoeling van de ANBI te toetsen. Daartoe onderzoekt de Belastingdienst of er sprake is van vrijwilligerswerk en een reëel recht op vergoeding; of de ANBI de bedoeling en de middelen heeft om de vergoeding uit te betalen; of de vrijwilliger de volledige vrijheid heeft om over de vergoeding te beschikken. Het recht op giftenaftrek kan dus niet louter worden geëffectueerd door het afgeven van een vrijwilligersverklaring.
Blijkt bij de behandeling van de aangifte van een bepaald jaar een onjuiste giftenaftrek te zijn toegepast, dan kan de Belastingdienst ook de voorgaande jaren aan een nadere beoordeling onderwerpen. Dit kan leiden tot een herziening van de aangiften over voorgaande jaren.

