Hof Den Bosch heeft onlangs beslist dat de terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling) ook van toepassing is op geërfd bloot eigendom van onroerende zaken waarvan een vennootschap het vruchtgebruik heeft. Het hof kwam tot dit oordeel op basis van de wetsgeschiedenis van de tbs-regeling en een arrest van de Hoge Raad uit 2010.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Het hof gaf aan dat de waardestijging van de blote eigendom uitgesplitst moet worden in twee componenten. Het betreft enerzijds de waardestijging als gevolg van de waardestijging van de onroerende zaken en anderzijds de waardestijging/waardeaangroei van de blote eigendom naar volle eigendom vanwege het verstrijken van de looptijd van het vruchtgebruik.
De eerste waardestijging is belastbaar op het tijdstip waarop het voordeel wordt gerealiseerd (verkoop van de onroerende zaak) of het tijdstip waarop de tbs-regeling eindigt. De tweede waardestijging/waardeaangroei moet jaarlijks worden verantwoord als belastbaar resultaat uit een werkzaamheid. De fiscale afschrijvingslasten (15% van de huuropbrengsten) komen op deze belaste waardestijging nog in mindering. Onder toepassing van deze uitgangspunten berekende het hof de omvang van het resultaat uit een werkzaamheid. Dat leidde tot een vermindering van het door de inspecteur berekende bedrag van € 357.469 tot € 2.153.
Indien u een pand verhuurt aan een bv waarin u of een met u verbonden persoon (echtgenoot, partner e.d.) een aanmerkelijk belang houdt, dan zijn de huuropbrengsten van het pand op grond van de zogeheten terbeschikkingstellingsregeling belast. De huurinkomsten zijn progressief (tot maximaal 52%) belast in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Daar staat tegenover dat de kosten van het verhuurde pand, zoals afschrijvings- en rentelasten, aftrekbaar zijn. Voor resultaat uit overige werkzaamheden is een deel van de bepalingen die gelden voor winst uit onderneming ook van toepassing. Zo moet u voor de berekening van het resultaat uit overige werkzaamheden jaarlijks een balans en verlies- en winstrekening opstellen. Hof Den Bosch heeft uitspraak gedaan over de vraag of de terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling) ook van toepassing is op geërfd bloot eigendom van onroerende zaken waarvan een vennootschap het vruchtgebruik heeft.
Op basis van de wetsgeschiedenis van de tbs-regeling en een arrest van de Hoge Raad uit 2010 kwam het hof tot het oordeel dat dit wel het geval was. Het hof wees daarbij op diverse uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de juiste vaststelling van het belastbare resultaat uit een werkzaamheid.
Voor de bepaling van het resultaat uit overige werkzaamheden zijn de fiscale jaarwinstbepalingen (winst uit onderneming) van toepassing. Dat betekent onder meer dat de beginselen van goed koopmansgebruik van toepassing zijn. Een van deze beginselen -het voorzichtigheidsbeginsel- brengt mee, dat de waardestijging van de blote eigendom, voor zover een gevolg van de waardestijging van de onroerende zaken, pas in aanmerking behoeft te worden genomen op het tijdstip, waarop dit voordeel wordt gerealiseerd dan wel op het tijdstip, waarop de tbs-regeling eindigt.
Het hof gaf vervolgens aan dat de waardestijging van de blote eigendom uitgesplitst moet worden in twee componenten. Het betreft enerzijds de waardestijging als gevolg van de waardestijging van de onroerende zaken en anderzijds de waardestijging/waardeaangroei van de blote eigendom naar volle eigendom vanwege het verstrijken van de looptijd van het vruchtgebruik. De eerste waardestijging is belastbaar op het tijdstip waarop het voordeel wordt gerealiseerd (verkoop van de onroerende zaak) of het tijdstip waarop de tbs-regeling eindigt. De tweede waardestijging/waardeaangroei moet jaarlijks worden verantwoord als belastbaar resultaat uit een werkzaamheid. De fiscale afschrijvingslasten (15% van de huuropbrengsten) komen op deze belaste waardestijging nog in mindering.
Onder toepassing van deze uitgangspunten berekende het hof de omvang van het resultaat uit een werkzaamheid. Dat leidde tot een vermindering van het door de inspecteur berekende bedrag aan belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden van € 357.469 tot € 2.153.

