Vorige week woensdag zijn de Europese regeringsleiders een groot financieel plan voor het schuldencrisis overeengekomen. Daaraan valt van alles op. Onder andere dat de wijze waarop het e.e.a. overeengekomen is nogal confederaal van aard is. Eerdere plannen voor een economische regering of een supercommissaris voor begrotingstoezicht zijn er niet gekomen. Ook valt het bedrag dat is overeengekomen aan garantiestellingen op: het noodfonds wordt verhoogd naar 1.000 miljard euro. Schijnbaar weten we nog niet helemaal hoe we dat geld bij elkaar moeten brengen en is het vooral ook niet de bedoeling dat het daadwerkelijk wordt uitgegeven maar toch, het is een enorm bedrag. Maar kennelijk is het niet genoeg. Sommige economen zeggen dat er nog veel meer nodig is om de financiële markten gerust te stellen
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De twijfels gaan overigens twee kanten op. Enerzijds stellen economen en financiële experts dat politici het verkeerd doen. Ze zouden de crisis zelfs helemaal niet op kunnen lossen omdat ze niet opschieten. Een interimmanager, zo lijkt de gedachte, zou dit allemaal veel efficiënter hebben aangepakt. Anderzijds zijn er echter twijfels over het democratische gehalte van gekozen oplossingen. In Tsjechië wordt er gevraagd om een referendum, een Franse toezichthouder roept met het Vaticaan dat de market veel sterker gereguleerd moeten worden, en in Duitsland heeft het constitutionele hof zelfs de werkzaamheden van een parlementaire commissie voorlopig stilgelegd, omdat het mogelijk ondemocratisch is dat die de bevoegdheden van de Bondsdag zelf uitoefent.
De Luxemburgse premier Juncker zei een tijd geleden: “We weten wat we moeten doen, maar we weten niet hoe we herkozen moeten worden als we dat gedaan hebben”. De financiële markten – die de laatste maanden overigens stelselmatig ontevreden lijken te zijn – roepen na elke maatregel weer om meer maatregelen. Het zou kunnen dat ze daarin, vanuit een financieel-economisch perspectief gelijk hebben. Op mij – een eenvoudig jurist – komen ze echter over als een veelkoppig monster dat nooit genoeg te eten heeft. Een column op EUobserver vergeleek de verdergaande maatregelen zelfs met het offeren van steeds meer maagden aan een vulkaan, in de hoop hem tevreden te stellen.
Een democratischer perspectief
Het zou kunnen dat de financiële experts gelijk hebben. Daaraan moet echter meteen worden toegevoegd dat ze dat hooguit vanuit een financieel-economisch perspectief hebben. En dat daarvan zich het democratisch perspectief onderscheidt. Dat tweede perspectief kenmerkt zich er volgens mij door dat het volk zichzelf regeert en dat het daarom uiteindelijk het volk is dat beslist wat de juiste oplossing is.
Wat nu als het volk, of de volksvertegenwoordiging, simpelweg geen zin heeft om mee te betalen aan de fouten van anderen? Je kunt je voorstellen dat Nederlanders of Duitsers er genoeg van krijgen dat er bezuinigd wordt, terwijl er veel geld naar Griekenland gaat. Of dat ze niet willen meebetalen aan bedrijven(!) (lees: banken) die jarenlang stommiteiten hebben begaan en hun medewerkers daarvoor leuke bonussen hebben gegeven. Ik zeg niet dat de werkelijkheid zo simpel samen te vatten is maar wel dat burgers hem zo kunnen zien. En ook dat ze bevoegd zijn iets te willen dat economisch gezien onverstandig is. Je kunt immers wel hopen dat het volk verstandige beslissingen neemt. En je kunt pogen daar voorwaarden voor te scheppen. Maar zeker weten kun je dat nooit.
Het vreemde aan de dynamiek van het debat over de schuldencrisis is dat waar ‘de markten’ steeds meer bestedingen of garantiestellingen lijken te eisen, het een gegeven lijkt te zijn dat politici die moeten leveren. Maar wie democratie serieus neemt moet vinden dat dat onzin is. Het volk mag iets onverstandigs willen. Of beter: het mag iets willen dat financieel onverstandig is, maar moreel de moeite van het overwegen waard. Misschien is het wel moreel juist om onjuist handelende bedrijven failliet te laten gaan en de financiële schade die daarbij hoort op de koop toe te nemen. Politici moeten zich niet laten gijzelen door de (kennelijke) financiële noodzaak tot maatregelen die de markten eisen. Ze moeten op zijn minst andere overwegingen, zoals morele, meenemen in hun beslissingen. Ze moeten maatregelen durven nemen die impopulair zijn of financieel onverstandig, als ze menen dat die werkelijk de beste zijn.
Tegen Juncker zou ik dus willen zeggen: succes met implementeren. En: jammer dat je politieke carrière binnenkort een einde vindt. De loodzware democratische taak van politici is in een vertegenwoordigend stelsel is dat ze zo goed mogelijk moeten besturen, terwijl ze voor hun carrière afhankelijk zijn van burgers die soms de verkeerde dingen van ze willen.
Precies dat laatste is echter ook een probleem. Waar democratie betekent dat het volk regeert en politici daarom niet alleen naar de markten mogen luisteren, mogen burgers niet alleen naar hun eigen portemonnee kijken. Althans, dat mag wel, maar is volgens mij ondemocratisch. Het is alleen redelijk dat een minderheid naar een meerderheid moet luisteren als de laatste de redelijke belangen van de eerste heeft meegenomen. Niet voor niets hamert bijvoorbeeld Rousseau op het algemeen belang. Je kunt alleen van burgers vragen zich te onderwerpen aan het recht als dat met medeneming van hun redelijke belangen is vastgesteld. Van burgers mag dus verwacht worden dat ze stemmen op die partij die het algemeen belang volgens hun het beste dient. Ook als dat betekent dat ze er zelf op achteruitgaan en ze die nieuwe keuken bijvoorbeeld jaren moeten uitstellen. Misschien helpt het als burgers die verontwaardigd zijn over anderen hun eigen leengedrag ook eens bekijken en bijvoorbeeld eisen dat zijzelf, in plaats van de volgende generatie opdraaien voor de gevolgen van de financiële crisis.
mr. Michiel Duchateau is promovendus bij de Vakgroep Staatsrecht en Internationaal Recht Wetenschappelijk medewerker van het Groningen Centre for Law and Governance en moderator op Rechtenforum
Met veel dank Jan Duchateau voor zijn aanvullingen

