Voor de beoordeling of een per post verzonden bezwaarschrift tijdig is ingediend, gelden twee wettelijke voorwaarden. Ten eerste moet het bezwaarschrift vóór het einde van de bezwaartermijn van zes weken ter post zijn bezorgd. Ten tweede moet het bezwaarschrift niet later dan één week na afloop van de bezwaartermijn door de inspecteur zijn ontvangen. De Hoge Raad heeft onlangs in een arrest op kernachtige wijze de regels op een rij gezet voor de beoordeling of een ongefrankeerd bezwaarschrift zonder poststempel nog tijdig is ingediend.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Voor de beoordeling of een per post verzonden bezwaarschrift tijdig is ingediend, gelden twee wettelijke voorwaarden. Ten eerste moet het bezwaarschrift vóór het einde van de bezwaartermijn van zes weken ter post zijn bezorgd. Ten tweede moet het bezwaarschrift niet later dan één week na afloop van de bezwaartermijn door de inspecteur zijn ontvangen.
De Hoge Raad heeft onlangs in een arrest op kernachtige wijze de regels op een rij gezet voor de beoordeling of een ongefrankeerd bezwaarschrift zonder poststempel nog tijdig is ingediend. De zaak was als volgt.
Een man had een aanslag inkomstenbelasting 2005 ontvangen met dagtekening 2 september 2008. Gezien de dagtekening hield dit in dat de bezwaartermijn tegen deze aanslag op 3 september 2008 was aangevangen en zes weken later -op 14 oktober 2008- zou aflopen. Op maandag 20 oktober 2008 had de inspecteur een bezwaarschrift tegen eerdergenoemde aanslag ontvangen. Dat bezwaarschrift zat in een ongefrankeerde envelop waarop geen poststempel was geplaatst. TNT Post had voor dit poststuk geen strafport in rekening gebracht.
De inspecteur verklaarde het bezwaarschrift wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet ontvankelijk. Rechtbank Arnhem en Hof Arnhem waren het daarmee eens. Gezien de datum waarop de inspecteur het bezwaarschrift had ontvangen, vond het hof dat de man het niet aannemelijk had gemaakt dat hij het bezwaarschrift vóór het einde van de bezwaartermijn had ingediend door het per post te verzenden. De man stelde daarop cassatie in bij de Hoge Raad en stelde dat hij het bezwaarschrift echt per post had verzonden.
De Hoge Raad was de man op dit punt ter wille en toetste vervolgens aan diverse (wettelijke) voorwaarden of het bezwaar toch tijdig per post was ingediend. De Hoge Raad nam de twee eerdergenoemde wettelijke voorwaarden als vertrekpunt.
De Hoge Raad stelde voorop dat als een bezwaar- of beroepschrift per post wordt ingediend, het op de weg van de indiener ligt om alle noodzakelijke handelingen te verrichten om het poststuk met de postdienst bij de geadresseerde te laten bezorgen. Een van die noodzakelijke handelingen betreft het voldoende frankeren van het poststuk. Als de geadresseerde een niet voldoende gefrankeerd bezwaar- of beroepschrift niet heeft geaccepteerd, kwalificeert dat stuk niet als een ingediend bezwaar- of beroepschrift. Het kwalificeert wel als ingediend als een onvoldoende gefrankeerd poststuk toch door de postdienst is bezorgd en door de geadresseerde niet is geweigerd.
Als op het poststuk een leesbare poststempel is geplaatst, gelden hiervoor de regels zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 28 januari 2011 had geformuleerd. Deze houden kort gezegd in dat bewijsrechtelijk het uitgangspunt wordt ingenomen dat de terpostbezorging heeft plaatsgevonden op de dag van afstempeling en niet eerder.
Als op het poststuk geen (leesbare) poststempel is geplaatst, geldt als uitgangspunt dat het bezwaar- of beroepschrift tijdig ter post is bezorgd, als het op de eerste of tweede werkdag na het einde van de bezwaar- of beroepstermijn is ontvangen, tenzij het tegendeel komt vast te staan. De Hoge Raad verwees hiervoor naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 augustus 2011.
In de onderhavige procedure was het bezwaarschrift meer dan twee dagen na de afloop van de bezwaartermijn ontvangen en was laatstgenoemde regel dus niet van toepassing. De feitenrechter (Hof Arnhem) was na een feitenonderzoek tot het oordeel gekomen dat de man niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig ter post was bezorgd. De Hoge Raad merkte hierover op dat dit feitelijke oordeel niet in cassatie kan worden bestreden. De Hoge Raad is namelijk geen feitenrechter maar toetst alleen of een feitenrechter (een gerechtshof of rechtbank) het recht juist heeft toegepast. Dat was naar het oordeel van de Hoge Raad in de onderhavige procedure inderdaad het geval. De Hoge Raad v erklaarde daarom het cassatieberoep ongegrond.

