De gedachte achter het schriftelijkheidsvereiste van een concurrentiebeding is dat een werknemer de consequenties van een dergelijk beding goed heeft overwogen. Het beding kan de werknemer na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst ernstig belemmeren in zijn vrije arbeidskeuze. Indien sprake is van een akkoordverklaring per e-mail dient de werknemer uitdrukkelijk te verwijzen naar het concurrentiebeding. De werknemer heeft immers geen handtekening gezet waaruit blijkt dat hij op de hoogte is van het concurrentiebeding en ermee instemt. De per e-mail verzonden tekst: “zo is het akkoord wat mij betreft”, is onvoldoende om te kunnen spreken van een weloverwogen keuze van de werknemer.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De voorzieningenrechter in Dordrecht oordeelde recentelijk dat een akkoord per e-mail voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste van het concurrentiebeding tussen werknemer en werkgever. De werkgever heeft de werknemer per e-mail een concept arbeidsovereenkomst verzonden, waarin tevens een concurrentiebeding is opgenomen. Als reactie op de concept arbeidsovereenkomst stuurt werknemer de tekst: “zo is het akkoord wat mij betreft”. De voorzieningenrechter stelt de situatie, waarin de werknemer per e-mail zijn akkoord heeft gegeven, gelijk met de situatie waarin de werknemer de arbeidsovereenkomst per post zou hebben ontvangen en hij per brief zijn akkoord aan de werkgever zou hebben gegeven. De voorzieningenrechter gaat daarbij niet in op het ondertekenen van de brief.
Een ondertekening is geen verplichting voor een rechtsgeldige totstandkoming van een concurrentiebeding, maar volstaat wel als middel waaruit blijkt dat de werknemer instemt. De Hoge Raad benadrukt in een arrest over het schriftelijkheidsvereiste dat een werknemer met een ondertekening tot uitdrukking brengt dat hij heeft kennisgenomen van het concurrentiebeding en daarmee instemt. Bij het schriftelijkheidsvereiste moet worden gekeken naar de genoemde achterliggende gedachte. Uit de rechtspraak volgt dat hier een strikte interpretatie dient te worden gevolgd en dat niet lichtvaardig mag worden aangenomen dat aan dit vereiste is voldaan.
De per e-mail verzonden tekst: “zo is het akkoord wat mij betreft”, getuigt niet van een weloverwogen keuze waarbij de werknemer goed heeft nagedacht over de consequenties van het concurrentiebeding. In een dergelijk geval, waarbij ondertekening ontbreekt, zou een uitdrukkelijke verwijzing naar het concurrentiebeding moeten plaatsvinden om zodoende recht te doen aan de achterliggende gedachte van het schriftelijkheidsvereiste.
Alexander Briejer, Masterstudent Arbeidsrecht aan de UvA

