De Raad van State adviseert negatief over het wetsvoorstel voor een algemeen verbod op gelaatsbedekkende kleding. De Raad van State stelt onder andere dat het wetsvoorstel een inbreuk op de vrijheid van godsdienst vormt. Het advies werd maandag 6 februari openbaar.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De regering, die het wetsvoorstel – in de volksmond ook wel het ‘boerkaverbod’ genoemd -, maandag naar de Tweede Kamer stuurde, wil een algemeen verbod op gelaatsbedekkende kleding op openbare plaatsen en op andere plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn, zoals onderwijsinstellingen en het openbaar vervoer. Uitzondering wordt gemaakt voor gelaatsbedekkende kleding die wordt gedragen als bescherming, bijvoorbeeld bij sport of in het verkeer, en wanneer dat onderdeel is van feesten, zoals het carnaval. Ook gebouwen of plaatsen die zijn bestemd voor religieuze doeleinden zijn uitgezonderd.
Noodzaak
Volgens de regering is een algemeen verbod noodzakelijk voor een open communicatie in het maatschappelijk verkeer en zou het verbod de gelijkheid van vrouwen en mannen bevorderen. Ten slotte zou een verbod noodzakelijk zijn in verband met de veiligheid en het veiligheidsgevoel bij het publiek. Wat betreft het gelijkheidsaspect: de Raad van State vindt dat het aan vrouwen zelf is om de keuze voor gelaatsbedekkende kleding (zoals een boerka) te maken en niet aan de regering. Ook vindt de Raad van State dat subjectieve onveiligheidsgevoelens niet voldoende zijn om een algemeen verbod te rechtvaardigen.
Vrijheid van godsdienst
Als gelaatsbedekkende kleding (bijvoorbeeld een boerka) wordt gedragen om daarmee uiting te geven aan een religieus (kleding)voorschrift, valt dat onder vrijheid van godsdienst. Een algemeen verbod op gelaatsbedekkende kleding zou dus een beperking op het recht op de vrijheid van godsdienst betekenen. De Raad van State vindt een dergelijke inbreuk niet gerechtvaardigd nu nut en noodzaak van een algemeen verbod ontbreken.

