In geding is de vraag of Bijlage VI, R, punt 1, onder f zo ruim kan worden uitgelegd dat ook het ABP-nabestaandenpensioen gelijkgesteld moet worden met een pensioen op grond van een wettelijke regeling zodat dit pensioen onder de materiële werkingssfeer van artikel 28 van de Verordening valt. In Bijlage VI, R, punt 1, onder f is een limitatieve opsomming gegeven van bovenwettelijke pensioenen of uitkeringen die geen wettelijke regeling zijn maar hiermee wel gelijkgesteld worden.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Zoals in de eerste volzin expliciet is vermeld, heeft deze gelijkstelling alleen betrekking op pensioenen verschuldigd krachtens wettelijke regelingen ingevolge invaliditeit, respectievelijk ouderdom. Pensioenen krachtens de wettelijke regeling ingevolge nagelaten betrekkingen zijn hierbij niet genoemd. In de limitatieve opsomming onder f zijn naast de bovenwettelijke nabestaandenpensioenen bovendien niet opgenomen de bovenwettelijke ouderdomspensioenen voor gewone werknemers. Ook in de huidige Verordening (EG) nr. 883/2004 (Vo 883/2004), Bijlage XI, zijn deze pensioenen niet genoemd.
Op vragen van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarom deze bedrijfspensioenen niet onder de werkingssfeer van de Verordening zijn gebracht, heeft de minister geantwoord dat het nooit de bedoeling is geweest bedrijfspensioenen op te nemen in de Bijlage. De Nederlandse regering heeft enkele met name genoemde pseudo-wettelijke pensioenen gelijkgesteld met wettelijke pensioenen met de bedoeling aanvullende bescherming te bieden voor enkele categorieën pensioenontvangers.
Daarmee wordt voorkomen dat een knipperboleffect ontstaat doordat deze personen voor slechts een korte periode (tussen het ontstaan van het recht op bijvoorbeeld een bedrijfspensioen en het ontstaan van het wettelijke ouderdomspensioen) onder het ziektekostenstelsel van een andere lidstaat komen te vallen, aldus de minister.
De Centrale Raad van Beroep ontkent niet dat in het geval van betrokkene een voor haar ongewenste knipperbolsituatie is ontstaan die de regering in andere gevallen juist heeft willen voorkomen. De Raad ziet evenwel geen ruimte voor een extensieve interpretatie van de gelijkstellingsregeling van Bijlage VI, R, punt 1, onder f zoals namens betrokkene is bepleit. De Raad heeft voorts kennis genomen van het door Europarlementariër Ria Oomen-Ruijten recentelijk ingediende amendement op Bijlage XI (Nederland), punt 1, letter f van Vo 883/2004, waarbij is voorgesteld om aanvullende nabestaandenpensioenen op te nemen in die Bijlage door de toevoeging: “nabestaandenpensioenen verstrekt ingevolge een van rijkswege of bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde pensioenregeling”. De Raad ziet echter geen ruimte om op een mogelijke wijziging van Bijlage XI (Bijlage VI oud) – zoals thans voorgesteld met betrekking tot bovenwettelijke nabestaandenpensioenen – te anticiperen.

